Dit
is geluk! Ik weet heel goed dat geluk bestaat uit korte momenten.
Iemand die verwacht geluk te houden, die najaagt van begin tot einde
gelukkig te zijn, die begrijpt het niet.
Die weet niet dat geluk
bestaat uit korte ervaringen. Die kan je bij elkaar optellen,
natuurlijk, maar geluk bestaat dank zij het afwegen, het vergelijken
van verschillende momenten.
Kijk naar mij. Hier zit ik, in mijn ronde keuken, verder is er niemand.
De
zon schijnt door kleine ruiten en werpt een patroon van vierkanten op
de vloer. In het zonlicht dansen kleine stofjes, geluidloze bewegende
rust.
Warmte en stilte in mijn keuken, rust.
De ronde tafel is
van blank hout, er staan de gebruikelijke dingen op en voor mij heb ik
een bord met één boterham en een volmaakt rond
gebakken
ei met een zachte, hele dooier.
Na jaren van oefenen kan ik een
volmaakt rond ei bakken. Met krokante randjes langs het wit en een
zuiver ronde, gele eidooier. Niet te stevig, niet te donker, maar romig
geel.
Iedere keer wanneer het mislukte, gooide Bart het in de
gootsteen. Ik vond dat verspilling, dus moest ik het wel snel leren,
maar dat kon ik niet.
Het ei weggooien was niet het enige dat Bart
deed. Rustig pakte hij mijn armen stevig beet en legde op zijn
geduldige lerarentoon uit wat ik fout had gedaan en hoe het beter kon.
Ter onderstreping van het belang van zijn tirade drukte hij zijn
vingers stevig in mijn armen.
Mijn moeder vroeg hoe ik aan die
blauwe plekken kwam en voordat ik iets kon zeggen zei Bart dat ik niet
zo handig was geweest en mij stevig had gestoten.
Sindsdien pakt hij mij hoger bij de armen.
Maar
kijk nu. Dit is geluk en hoe lang dat kan duren, weet ik niet. Ik kijk
naar de klok, 12 uur. Nog een heel uur en Bart zal thuis komen voor
zijn lunch.
Omdat de school zo dichtbij is kan hij iedere dag tussen de middag naar
huis.
Voorzichtig
strooi ik wat zout en peper op de dooier. Precies zoals ik het lekker
vind. Als al het wit van het ei op is, ligt er nog
één
stukje brood, een rond stukje met daarop de dooier. Genietend stop ik
de hele dooier in mijn mond en voel de lauwwarme romigheid. Ik knijp
mijn ogen dicht om nog langer te genieten.
Geluk bestaat uit een enkel moment.
Bart was tevreden over het volmaakte ei dat ik hem gaf bij zijn lunch.
Jammer, vond hij, dat ik de koekenpan niet volgens de goede manier
schoonmaakte. Dat bedierf veel.
Ik sta voor de spiegel en bet met een koude washand mijn gezwollen rode
wang.
Ik zie er best aardig uit. Halflang krullend donkerblond haar, bruine
ogen en een beetje grote mond.
Misschien kan ik mijn haar wat in mijn gezicht kammen, kijk, dat staat
leuk.
Ik geloof dat mijn wang blauw wordt.
©Athy van
Meerkerk 2010
N.B.
Voor alle verhalen op deze webstek geldt dat iedere gelijkenis met
bestaande personen en situaties alleen op toeval kan berusten.
Naar
overzichtspagina Schrijverskring Gyrinus Natator
Naar
Verhalen (Dick van Zijderveld)
––––––––––––––––––––––––––––