P & R 1
parkeer en reis (verder); 2
reisparkeerplaats°, parkeer-en-reisterrein;
overstapparkeerterrein, overstapplaats Zie ook park and
ride.
pacemaker gangmaker geneesk.
pack 1 pak(je),
verpakking, pakket; 2
vaak ict pakket, bundel
package 1 pakket; 2
verpakking; 3
ict
programmapakket, bundel; 4 Zie package deal.
package deal 1 speciale aanbieding; 2
koppelverkoop, pakketaanbieding
packaging 1 verpakking(en);
verpakkingsfabriek,
inpakbedrijf; 2 samenpakken,
samenbouwen,
compact
bouwen bv.
van auto's
packers verpakkers,
verpakkingsbedrijf, {emballeurs, emballagebedrijf}
pad 1 koffiezakje,
koffie/theebuiltje, koffie/theepakketje, koffie/theekussentje; 2 kussen; 3 wattenschijfje
padded opgevuld, met
(op)vulling, evt. gevoerd bv. badpak
padding opvulling;
bladvulling, vulsel
page ict (web)pagina
pager ict pieper,
oproepapparaat
pageranking ict
notering Zie
ook ranking-in.
pageturner
doorlezer°
pageview ict
paginabezoek Betr.
webstek.
◊pagina bladzijde
paintball verfbal
painting z.nw. schilderen z.nw., schilderwerk
pallet
vrachtvlonder¡, vrachtvloer°
palm(computer) zakcomputer,
handcomputer Zie ook computer.
palmtop(computer) zakcomputer,
handcomputer Zie ook computer.
pamper
(wegwerp)luier Oorspr.
merknaam.
◊pancreas alvleesklier
panel 1 forum, (groep) deskundigen; 2
selectiecommissie, beoordelingsgroep, beoordelingscommissie
personeelsselectie; 3
proefpersonen, onderzoeksgroep; 4 instrumentenbord,
bedieningspaneel; 5
(afneembaar) voorplaatje, (afneembaar) frontje; (afneembaar) paneeltje = 'front panel'.
paneljury
jury
panic room vluchtkamer,
vluchtvertrek, geheime
kamer
pant(s)
broek, pantalon
◊panty broekkous(en),
dubbelkous°,
kousenbroek°
pantry voorraadkamer,
provisiekamer,
aanrechtkamer schepen,
vliegtuigen, kantoren
paper 1 discussiestuk,
discussiebijdrage, notitie; opstel, verhandeling; 2
(wetenschappelijk) artikel; 3
voordracht, lezing; 4
document
– papers dossier
paperback
slappekaftboek¡, boek met slappe
kaft
◊paperclip
papierklem(metje)
paperwhite papierwit
◊parachute valscherm
◊parachutist valschermspringer
parade
[-ree-] parade [-a-],
pronktocht°
paradiving
valschermzweven, parachutezweven
paragraaf alinea Een 'paragraaf'
is een gedeelte van een
hoofdstuk.
◊paraplu regenscherm
◊parasol
zonnescherm°
paratrooper parachutist,
valschermsoldaat,
parachutesoldaat, valschermstrijder
parc, park terrein,
gebouw 'Park'
wel in de bet. van 'aangelegd
natuurterrein', 'groot plantsoen' e.d.
parcel pak(je), pakket
– parcel service pakketdienst
park and bike 1 parkeer- en fiets (verder); 2 fietsoverstappunt
park and ride, P
& R 1 parkeer en reis
(verder); 2
reisparkeerplaats°, parkeer-en-reisterrein;
overstapparkeerterrein, overstapplaats Zie ook park and
ride.
park assist parkeerhulp autotechniek
park distance control
parkeerhulp autotechniek
park(eer) en rail, P
& R
parkeer en spoor, parkeer en
reis, P
& S
parking 1
parkeerplaats; 2
parkeergarage;
3
parkeergelegenheid
◊parkoeren
stadrennen¡ Zie
ook freerunning.
◊partner 1 levensgezel(lin), maatje; 2
deelgenoot, compagnon, deelhebber, maat; 3
vennoot, maat, compagnon, handelsgenoot, firmant, medefirmant; 4
medespeler, maat in
allerlei
spelen;
-genoot, -maat,
-makker; speelgenoot, medespeler; 5
gespreksgenoot; 6
in: 'sociale
partner':
overlegpartij
partner in crime deelgenoot in
de misdaad,
misdaadmaat(je)
partnership 1
deelgenootschap; samenwerking(sverband), associatie; 2
samenwerking, samenwerkingsverband, samenwerkingsrelatie; 3 deelhebberschap,
deelgenootschap, participatie Betr.
winstdeling.
parts
onderdelen
◊parttime in deeltijd,
deeltijd-
◊parttimer werker in
deeltijd, deeltijdwerker,
deeltijder
party 1 feest, avondje-uit,
partijtje,
fuif; 2
groep, gezelschap
party animal feestnummer
party center
festiviteitencentrum, feestcentrum,
feestaccomodatie
partydrug
feestroesmiddel, feestroezer Zie
ook drug,
party.
partykleding feestkleding,
uitgaanskleding
partylook (in) feeststijl
party organizer
feestorganisator, festiviteitenorganisator
party people feestgangers
partyservice
feestverzorging°
party shoe feestschoen,
uitgaansschoen
partyschoen feestschoen,
uitgaanschoen
partyshop
feestkledingwinkel, winkel voor
feestkleding
partytent feesttent
party time feest, tijd om
te feesten
– it's party time! Feest!, Tijd
om te feesten!, Het is feest!
pashmina pasjmina,
kasjmier omslagdoek
passen [pa:ssen] aanreiken, aangeven jt.
passengers terminal
passagiersgebouw, reizigersgebouw,
~hal, ~ruimte
◊passie hartstocht
◊passief lijdelijk
◊paté pastei
password ict wachtwoord
patch 1 stoplap 2 ict
herstelprogramma, pleisterprogramma; 3
(schoonheids)pleister geneesk.
◊patchwork lapjeswerk,
lappencompositie,
lappendeken als
bedoeld
product; vorm van handwerk
payday betaaldag,
uitbetalingsdag
paying guest betalende
gast, betalende logé,
kostganger
payload 1 betalende vracht; 2
laadvermogen
pay-off 1 uitbetaling; 2
afvloeiingspremie; 3 slagzin,
bedrijfsformule, leuze
payroll
loonlijst
payrolling
loonadminsitratie, salarisadministratie
pay station betaalautomaat,
oplaadautomaat, betaalstation, oplaadstation
pay-tv betaaltelevisie, betaal-tv
pc 1 bureaucomputer Wel pc als
aanduiding van type
computer.
Zie ook
computer.
pc 2 Zie piece.
pda ict zakcomputer, elektronische agenda, zaksecretaris, {(persoonlijke) digitale assistent (pda), elektronische assistent} = personal digital assistant. Zie ook computer.
peace appeal vredesoproep
peacekeeper
vredeshandhaver
peacekeeping
vredeshandhaving
peach b.nw. 1 perzik-; 2
perzikkleurig, perzik; 3 met perziksmaak
peach z.nw. 1 perzik; 2
perzikkleur, perzik; 3 perziksmaak
peak
oil piekolie
peanut meestal
mv.
kleinigheid,
onbeduidendheid, een schijntje, kruimelwerk, kruimel
peanutbutter pindakaas
pebble bed reactor
grafietballenreactor techniek
peelen
afschaven, (af)pellen schoonheidsbehandeling
peeling afschaven
z.nw., (af)pellen z.nw. schoonheidsbehandeling
peepshow
gluurvoorstelling°
peeptoe openneusschoen
peer
collega
peer group, peergroup 1
leefgroep, leefkring; leeftijdgenoten; omgeving; 2 richtgroep,
referentiegroep Zie
ook group.
peer review beoordeeld
door collega's/vakgenoten Zie ook peer, review.
peer-reviewed door collega's
/ vakgenoten
beoordeeld
pellet houtbolletje, houtkorrel brandstof van bewerkte houtresten
penalty strafschop
pencil 1 vulpotlood, potlood; 2
stift geneesk.,
cosm.
pennystock dubbeltjesaandeel,
dubbeltjesfonds
penthouse
(luxe)
dakwoning, dakvilla¡
peoplemover automatische
bus, reislift°
pepperspray 1 pepernevel; 2
peperverstuiver, perspuit
peptalk opmontering,
bemoediging,
óppraat°
◊percussie slagwerk
percussion slagwerk,
{percussie}
◊perfect volmaakt,
volkomen
performance 1 optreden, gedrag; 2
optreden toneel
e.d.;
3
prestatie; 4 voorstelling,
beeldvoorstelling¡,
levend schilderij, {tableau vivant} vorm van kunst
performen 1 optreden, zich gedragen; 2
optreden toneel; 3
presteren, prestatie leveren, werken, functioneren; 4 ict uitvoeren; 5
beeldvoorstelling houden Zie
ook performance
5.
performer 1 iemand die optreedt, artiest;
2
Zie ook performance 5.
perfume parfum
peripherals ict
1 randapparatuur;
2
toebehoren, accessoires
permanent
[pœrmanent] voortdurend,
blijvend, permanent
◊permitteren,
zich
zich veroorloven
◊gepermitteerd toegestaan,
geoorloofd
persmeeting persconferentie
personal 1 persoonlijk,
persoonsgebonden,
eigen; 2
bureau-
personal appeal
aantrekkingskracht, charme, ~ als
persoon
personal
assistent [Eng.]
persoonlijk
adviseur,
persoonlijk medewerker, persoonlijk assistent Zie ook assistent.
personal
audio
draagbaar geluidstoestel,
zakgeluidstoestel; zakaudio verzamelnaam
voor draagbare cassette en cd-spelers e.d.
personal care persoonlijke
verzorging
personal coaching (op de
persoonlijke behoefte)
afgestemde opleiding(en)
◊personal
computer
bureaucomputer Zie ook computer.
personal digital assistant (pda) ict zakcomputer, elektronische agenda, zaksecretaris, {(persoonlijke) digitale assistent (pda), elektronische assistent} = pda. Zie ook computer.
personal-life coach
levensloopadviseur
person-to-person van mens tot
mens, onder vier ogen gesprek
pet troeteldier,
huisdier
pet food dierenvoer
petit pain klein stokbroodje, stokje
pharm crop
farmagewas° Genetisch
gemanipuleerd gewas dat een
medicijn maakt.
phishingmail ict lokbericht,
{lokmail}
phone
1 telefoon;
zaktelefoon; 2
telefoonnummer, telefoon:
phosphorescent
wheels/rings
lichtende wielen meteorologie
photo card
fotokaart,
prentbriefkaart,
ansichtskaart
photocopy fotokopie
photogallery ict
fotogalerij, foto's
photopaper ict fotopapier
photo shoot/foto shoot 1 fotosessie; foto-opnames; 2
fotoserie
physical distribution goederenvervoer,
(goederen)transport Zie
ook distribution.
physician assistant hulparts,
assistentarts, hbo-arts,
medisch assistent
pickle ingelegde ui,
Amsterdams uitje
– pickles tafelzuur
pick-up 1 toonopnemer, kop; 2
platenspeler, draaitafel; 3 (kleine) vrachtwagen,
bestelvrachtwagen°, stadsvrachtwagen°; 4
(taxi)passagier; 5
lifter; 6
versierd §,
scharrel; 7
vrachtje iets
wat opgehaald moet worden
pics plaatjes,
afbeeldingen, foto's
picture
z.nw. afbeelding,
plaatje,
beeld
– in the picture
houden
in de gaten houden, volgen, in beeld
houden
– in the picture
komen in
beeld, in de aandacht komen
– in the picture
zijn in
beeld, in de aandacht zijn
picture messaging ict
beeldverzending
picture! ww. Zie het voor
je!, Verbeeld je!
piece
stuk(je)
pieces stukken,
stukjes, stuks
piercen doorboren om een
doorboringssierraad aan te brengen
piercing 1 doorboring, sierdoorboring; 2
steeksierraad, doorboringssierraad; 3
het aanbrengen van (een) doorboringssiera(a)d(en
piggybox biggenkrat,
biggenkist
◊piloot vliegenier
pilot z.nw.
1 voorstudie; verkennende studie, verkenningsstudie; 2 proef,
proefproject; 3
proefaflevering televisieseries
e.d.
pilot b.nw. 1 verkennend,
proef-, oriënterend in samenst.;
2 gids- in samenst.
e.d.
pilot case pilotenkoffer
pilotproject proefproject Zie ook pilot,
pilot(studie).
pilot(studie) verkennende
studie, verkenning,
ori‘ntatie
pimp
pooier
pimpen
verpooieren°,
verpatseren°, pooier-
§,
patser- §,
optuigen Vooral
overdr., bv.'gepimpte auto'; 2 verfraaien,
versieren
(Zonder negatieve bijklank.).
◊pin,
personal identification
code pin,
persoonlijke
identificatiecode
◊pinboard prikbord
◊pincode toegangscode,
pin Zie
ook
pin.
pink roze
pin-stripe krijtstreep,
smal streepje
pin-striped,
pin-striping krijtstreep b.nw., met smalle
streepjes
pin-up prikkelpop, muurmokkel(tje),
punaisepoes
pipeline pijpleiding
– in the pipeline
zitten
onderweg zijn, eraan (zitten/staan) te
komen
piping pijpvorming dijken
piss off! donder op
pissed 1 bezopen; 2
woedend
– pissed off woedend
pit 1
kuil, put, mijnschacht; 2 werkkuil; 3
kuiltje, putje huid
– pits mv. werkkuil autocircuit.
pitcrew
werkkuilbemanning, werkkuilpersoneel,
monteursploeg
pitstop reparatiepauze
pitch 1 worp sport; 2
verkoopverhaal, verkooppraatje; proefopdracht
pixel ict puntje,
beeldpunt
– megapixel ict miljoen
beeldpunten, megapunt°
pixelpop ict
beeldpuntpoppetje
place 1
plaats, ruimte; 2
plek, oord; 3 huis, woning; 4
plein
–
all over the place
door het hele gebouw enz.
heen, verspreid door het gebouw enz.
– place to be,
dat
is the ~ dáár
gebeurt het §,
dat is
dé plek, dat is de
'plaats waar het
gebeurt'
– the place to be! hier moet u wezen / zijn!
– your place or
my place / mine? bij jou of bij mij? jouw huis
of mijn
huis?
◊placemat dekservet,
tafelmatje¡
◊plafond zoldering
◊plaid reisdeken
plain eenvoudig,
puur, zuiver: 1
helder, gewoon bv.
glas;
2
eenvoudig, simpel, puur, onopgesmukt, onversierd, ongekleurd,
onvermengd, standaard; 3 ronduit,
onomwonden, oprecht,
duidelijk, onverbloemd; 4 ongecompliceerd,
ongekunsteld; 5
gewoontjes, alledaags, regulier, gewoon, normaal; 6
puur bv.
van chocola
plain paper gewoon papier
plain paper fax gewoonpapierfax
plain text platte tekst
plaksticker plakplaatje. Zie verder sticker.
plane vliegtuig
planet planeet
◊plannen [plennen]
plan(nen) maken, plan(nen)
opstellen, ontwerpen, zich voornemen, afspreken, vaststellen bv. datum voor een evenement of
vergadering, plannen°
[plannen]
– gepland 1 van plan, volgens plan; 2 voorgenomen; 3 voltooid
deelwoord van plannen.
planner
1 agenda ook ict;
2 ict
planner [a], planmaker; 3
planprogramma [a]
◊planning 1 planvorming,
planning°
[planning]; 2
plan, werkplan, uitvoeringsplan; voornemen; 3 tijdsindeling, tijdsplan,
tijdschema
– week/maand/jaarplanning week/maand/jaarplan
planning and control planvorming en
terugkoppeling,
planvorming en voortgangsbewaking Zie
ook control,
planning.
plantentrolley
plantenrolplank, rolplantenstandaard Zie ook trolley.
◊plastic kunststof,
plastiek N.B.
Plastic wel als
specifieke soort kunststof.
plate schotel
plate service schotels tekst in
cafetaria's e.d.
platform 1 perron; 2 ict besturingssysteem
platinum platina
play z.nw. speel-, afspeel-, afspelen
◊playback
nalippen°, lipzingen°,
lipspreken° z.nw.
◊playbacken
lipzingen° lipspreken°,
nalippen°
player 1 speler persoon;
2 -speler,
afspeler bv.
cd-speler
playful speels, vrolijk
play-in
muziekinstuif, muzikale
instuif
playing coach
meespelende
begeleider / oefenmeester Zie
ook
coach.
playing for success
spelend leren
playlist
afspeellijst,
draailijst° Betr.
bv.
cd's
op radio
play-off
beslissende
wedstrijd,
beslissingswedstrijd
playstation ict
spelcomputer,
speelstation Oorspr. merknaam.
please alstublieft,
alsjeblieft
pleasen plezieren,
genoegen doen
please pay here betaal hier,
hier betalen, kassa Opschrift.
pleasure
genot, plezier,
genoegen
plenty ruimschoots
voldoende, volop, meer dan
genoeg, in overvloed
plot 1 verhaallijn, spanningslijn,
handelingsverloop, intrige; ontknoping; 2 ict (met een
'plotter' afgedrukte versie
van een afbeelding) afbeelding, grafiek, tekening
◊plug stekker, steker
plug-and-play ict
sluit-aan-en-werk, direct
gereed
pluggen reclame maken,
populair maken,
voortdurend draaien platen,
cd.'s,
inmasseren overdr.
plug-in z.nw. ict aanvullend programma,
insteekprogramma apart
programma dat je moet binnenhalen
van internet
plug-in b.nw. 1 sluit aan, steek
in-, insteek- steker
e.d.; 2 (extern)
oplaadbaar autotechniek
– plug-in-hybride oplaadbare hybride,
stopcontact/snoer/stekkerhybride autotechniek
N.B.: [hiebriede].
p.o.-box postbus
◊pocket- zak-
– pocketvering hoesvering
pocket
1 zak, hoes(je); 2
tandvleeszakje tandheelk.
pocketbook boekje,
meeneemboek, smaldeel
◊pocketboek boekje,
meeneemboek, smaldeel
pod 1 (peul)dop; 2 (= p.o.d.) dob,
druk / drukken op bestelling
point 1 punt, kwestie, probleem,
kern; 2
punt potlood
e.d.
– point of interest
bezienswaardigheid
– point
of no return
keerpunt,
definitief §
– point of view gezichtspunt,
perspectief
– that's the point daar gaat het
om, dat is de kern
– to the point 1 kernachtig; 2
ter zake, adequaat; 3 nuttig
pointer ict invoegpunt,
aanwijspunt,
aanwijzer
pole position 1 startpositie autosport; 2
voordelige positie
police
politie
policy beleid,
stategie
◊polikliniek behandelhuis
polish
(op)poetsmiddel, glansmiddel
polishen oppoetsen
political guidance politieke
sturing
politiestation
[-statsjon] of -steezj∂n] politiebureau
◊politiek
correct
politiek wenselijk, politiek
juist
◊politieke
correctheid
politieke wenselijkheid,
politieke
juistheid
poll peiling,
opiniepeiling
poloshirt polohemd Zie ook shirt.
poltergeist klopgeest
pool 1 zwembad; 2
reservebestand, voorraad, reservoir bv. van personeel e.d., inzetbaar §;
gezamenlijk gebruik bv.
van
auto's;
gezamenlijke
voorziening; 3
(voetbal)toto; 4 Amerikaans
biljart
poolen 1 delen,
gezamenlijk gebruiken,
gezamenlijk opzetten, gezamenlijk beheren; 2 samenreizen, ritdelen per auto; 3 gezamenlijke doelvoorziening opzetten; 4 in de toto spelen; 5 (Amerikaans) biljarten
pooling emissieruilhandel
poolparty zwembadfeest,
zwemfeest
popcorn 1
gepofte mais, plofmais°; 2
pofmais, plofmais°
pop-down
menu ict uitrolmenu
population bevolking,
bevolkingsgroep, populatie
pop-up
b.nw. uitklap-,
uitvouw-, met uitvouwende
platen
– pop-uphood
opspringmotorkap,
openveermotorkap°, vangmotorkap° autotechniek
– pop-upmotorkap openveermotorkap°,
vangmotorkap°
autotechniek
pop-up z.nw
1
uitklapboek; 2 ict opduikvenster
– pop-upbonnet opspringmotorkap,
openveermotorkap°, vangmotorkap° autotechniek
porch 1
portaal; portiek; 2
veranda
port 1 haven; 2
-Haven in
eigennamen
◊portable b.nw. draagbaar
◊portable z.nw. draagbare schrijfmachine,
radio
enz.
portal ict poort,
toegangspoort
portfolio 1 verzamelmap, map; 2 trajectmap scholen; meritestaat,
projectmap, archiefmap; 3 aandelenpakket; 4
effectenvoorraad
portocabin verplaatsbare
keet
portrait portret
portrait place
portretplein / -plaats /-afdeling Zie
ook place,
portrait.
positionpaper
standpuntbepaling, uitgangsnotitie
posse troep, groep,
politiemacht
postbag posttas Zie ook
bag.
postmanbag postbodetas,
posttas
post-editing ict nabewerking,
naredactie
poster 1 (wand)plaat, reproductie,
affiche; 2
aanplakbiljet, raambiljet, plakkaat, affiche
'post-it' plakbriefje, plakblaadje, zelfklevend
notitieblaadje, klevertje° Eig. merknaam.
postordering (afdeling)
postorders, (afdeling)
postbestellingen
postpaid port betaald,
franco
potatochip
aardappelflinter¡,
aardappelschijfje Ook
chip.
pottery 1 aardewerk, keramiek; 2
pottenbakkerij
poultry
(vlees van) gevogelte
power z.nw. 1 vermogen, kracht, macht,
energie,
stuwkracht ook
overdr.;
2
aan,
aan/uit stand
schakelaar elektrisch apparaat
– in power zijn in functie
zijn, aan de macht zijn
power-
b.nw.
krachtig §,
machtig- §, machts-,
kracht- Bv.
'powervrouw'
powerbutton aan-uitknop, netschakelaar,
stroomschakelaar
powerdrinken sluitingszuipen°, sluitingsdrinken° Kort voor sluitingstijd extra veel drinken in een café e.d.
powered
1 aangedreven,
gemotoriseerd,
voortgedreven, voortgestuwd; 2 aangestuurd, aangedreven ict; ook
overdr.
– powered by ict ondergebracht
bij / gepubliceerd door
power equipment aandrijving,
aandrijvingseenheid
/-heden, motor(en)
powermanagement energiebeheer
powernap
energieslaapje, krachtslaapje
power pack accupakket,
energiepakket
powerplay machtsspel,
krachtspel
powerpoint ict
computerpresentatie Eig. merknaam
computerprogramma.
Zie ook
computer.
power steering
stuurbekrachtiging
powersupply
voedingskabel(tje) Zie ook supplies.
powerwalking snelwandelen Zie ook power.
PR Zie
public relations.
– PR- PR-, imago-,
beeld(vormings)-,
reputatie-
practical joke
poets,
actiegrap, toegepaste grap Zie
ook joke.
practice praktijk: 1
toepassing, aanwending; 2 beoefening, uitoefening; 3
gewoonte, gang van zaken
practitioner beoefenaar,
beroepskracht, practicus
pre- [prie] voor-,
pre-[pree]
◊precies nauwkeurig,
juist
◊precisie nauwkeurigheid
◊precisie-
nauwkeurigheids- of omschrijven
precision advertising
precisiereclame, precisieadvertentie markt.
pre-editing ict voorbewerking,
voorredactie
pre-flight
control
vertrekcontrole,
controle voor vertrek
◊premier
minister-president, voorzitter van de
ministerraad, ministerraadsvoorzitter
premium extra, luxe
pre-order voorintekening
pre-owned tweedehands, gebruikt
prepaid ict
(met) beltegoed
prepaid point
telefoonkaarten §,
telefoonkaartencentrum Zie
ook prepaid.
pre-paidtelefoon
ict
telefoon met beltegoed,
kaart(zak)telefoon
prepay ict
beltegoed
pre-paykaart
ict
beltegoedkaart,
(zak)telefoonkaart, vooruitbetalingskaart
pre-run voorvertoning
preschool [Eng.], voorschools, preschool- [Ned.]
pre-selected
choice
voorbepaalde
keuze(mogelijkheid), tevoren beperkte keuze(mogelijkheid),
voorgeselecteerde keuze(mogelijkheid) markt.
presenter ict
afstandsbediening, {presentator} Ws.
oorspr. merknaam.
press kit persmap
pressurecooker hogedrukpan
presteren onov. (goede) prestaties leveren,
zich
inzetten, (goed) werken
◊(het) presteren (het)
klaarspelen, (het) voor elkaar
krijgen
prestylen voorvormen bv. kapsel
prestyling voorvorming bv. kapsel
pre-summer
sale
voorjaarsopruiming,
voorjaarsuitverkoop, voorjaarsaanbiedingen Zie ook sale.
prête-à-porter
modeconfectie¡
pretest
voortest, test vooraf
pretty face leuk / knap gezicht, ~
uiterlijk Zie ook
face.
Pre University
College
Voorbereidend College
Universiteitvorbereidend Collge, Vooruniversiteitscollege N.B.
[kolleezje]!
prev ict vorige (pagina
/ afbeelding)
preview 1
voorvertoning; 2
vooruitblik,
blik vooruit; aankondigingsfilm, voorfilm, reclamefilm, lokfilm; 3 ict
(afdruk)voorbeeld; 4 zoekerbeeld, voor-beeld digitale fotografie
previous Zie prev.
price prijs waarde
pricing prijs
vaststellen; prijzen handel
prijsscanner prijslezer Zie ook scanner.
primal scream oerschreeuw
prime b.nw. eerst, voornaamst
prime z.nw. bloei, hoogtepunt
primer grondverf
primaries voorverkiezingen
prime time
toptijd, spitstijd radio
en tv Zie ook prime,
time.
princess
[príns∂s]
prinses [prinsès]
principal 1 hoofdpersoon, hoofdrolspeler;
2
directeur
◊principe beginsel
– ◊in principe in beginsel
prinses
[príns∂s] prinses [prinsès]
◊print 1 afdruk foto of tekst, {uitdraai} ook ict; 2
gedrukte media, drukwerk; 3 druk, opdruk; 4 textielbedrukking
printable ict afdrukbaar
◊printen afdrukken foto of tekst; evt. uitdraaien
◊printer
1 ict
afdrukker,
afdrukapparaat /toestel; afdrukeenheid; 2 Zie fotoprinter. Zie ook
inkjetprinter,
laserprinter.
printerpaper
afdrukkerpapier, printerpapier
printing 1 drukwerk; 2
afdruk
werk; 3
afdrukken z.nw., {printen} z.nw.
print(ing) on demand, pod druk / drukken op
bestelling, druk / boek op verzoek
print-out,
printout ict afdruk,
uitdraai
printreclame
gedrukte reclame Zie ook print.
printstation ict
afdrukker, afdrukeenheid, afdrukstation Zie ook printer.
priority
voorrang, prioriteit
◊privacy persoonlijke
ruimte, persoonsvrede,
privésfeer, leefdomein°,
privacy glass extra getint glas,
afzonderingsruiten, ~glas, discretieruiten, ~glas m.n. bij auto’s
privacy statement
privacyreglement, reglement bescherming
privésfeer, privésfeerbeschermingsreglement
private persoonlijk,
privé
private bank vermogensbank
private banker
vermogensbankier
Zie ook banker,
private,
private banking.
private banking
vermogensbeheer (voor
particulieren), particulier
vermogensbeheer
private equity partcipatiemaatschappij
private label
huismerk, eigen merk Zie
ook
label.
private/public partnership
publiek/privaat deelgenootschap,
privaat/publieke samenwerking
◊privatiseren ontnaasten
◊privilege 1 voorrecht; 2
vrijdom
prize prijs beloning
probe 1 sonde; 2
onderzoek
probe attack verkennende
aanval
problem vraagstuk,
probleem
problem solver
probleemoplosser
problem solving
probleemoplossing
proceedings
(voortgangs)verslag
process
proces, voortgang
process capability
vakbekwaamheid, (proces)bekwaamheid,
overzicht
process manager
voorman,procescoördinator
processing ict
verwerking
processingunit ict
verwerkingseenheid
◊processor ict
verwerkingseenheid, verwerker,
processor [Ned. uitspraak]
produced by vervaardigd
door, geproduceerd door,
gemaakt door
producen produceren,
vervaardigen, maken
producer productieleider,
producent; leider, hoofd bv.
van de vervaardiging van een film
◊produceren
vervaardigen,
voortbrengen; leiden
bv. van de vervaardiging
van een film
product
[pród∂kt] 1
product [prodúkt], voortbrengsel; 2
product [prodúkt], menigvoud rekenkunde
product developer
productontwikkelaar
production 1 productie; 2
product; 3
productiebedrijf
productie ◊1
vervaardiging; 2 als
eindresultaat, bv. een film, een congres: product, film, congres enz.
productplacement
productplaatsing, productpositionering
professional 1 beroepsbeoefenaar; 2
vakman/-vrouw;
deskundige,
specialist; 3
praktijkwerker;
4 beroeps z.nw.
–
professionals mv. 1 beroepsbeoefenaren,
beroepsbeoefenaars;
2 vakmensen,
vaklieden, vaklui; 3
praktijkwerkers
◊professioneel 1 beroepsmatig; 2
vakkundig, vakbekwaam, deskundig
◊professor hoogleraar
profile profiel;
karakterschets
profiler
karakterschetser,
karakterschetsopsteller, profiel~
profiling het karakter
schetsen, het schetsen van
een karakter, daderprofilering
profit b.nw
op winst
gericht, met
winstoogmerk, commerieel
profit z.nw.
winst
program programma
project
[pródj∂kt] project
[projèkt], plan
pro-life- levensbeschermings-
promoten
onder de aandacht brengen; aanprijzen,
propageren, reclame maken
voor
promotie 1 bevordering; 2
verkoopbevordering, aanprijzingsactie, reclame; 3
verkoopactie, reclameactie, actie
prompt ict oproepteken
-proof -bestendig, -vast Zie ook foolproof,
idiotproof, kissproof, shockproof,
waterproof.
property 1 onroerend goed; 2
landgoed; 3 gebouw
proposal
(onderzoeks)voorstel
– book proposal boekvoorstel
proprietor eigenaar
prospect mogelijke
klant, potentiële klant,
geïnteresseerde; kandidaat
◊prostaat voorstandsklier
protection bescherming
proud trots
…
proudly presents presenteert met trots
proud trots
provider ict
1
internetaanbieder, internetdienst, internetmaatschappij; 2 telefoondienst,
telefoonmaatschappij; 3
telecom(municatie)dienst, ~bedrijf, ~maatschappij Zie ook internet
service provider,
i.s.p.
protector [Eng.] beschermer,
{protector}
provider ict
internetdienst,
internetmaatschappij,
internetaanbiederZie ook internet service provider,
i.s.p., provider, service.
public, in ~ in het openbaar
public affairs publiekszaken,
publieke betrekkingen,
externe betrekkingen
public health
volksgezondheid,
openbare gezondheidszorg
public health care
volksgezondheidszorg, openbare
gezondheidszorg, sociale geneeskunde
public relations
publieksrelaties (PR), externe
betrekkingen, reputatiebehartiging
publishing on demand Onjuiste
term voor print
on demand. Zie daar.
pulldown-menu ict uitrolmenu
pulling trekwedstrijd,
trekren¡ 'truck and tractor pulling'
pull
over ww.
overnemen Bv.
het stuur.
◊punaise prikker,
handspijkertje°,
handnageltje°
punky punkachtig
[punt] [komma] in gebroken
getallen
punt wezenlijke z.nw.,
essentie, vraagstuk Bv.
in 'Dat is het punt'.
– Daar heb je
een punt! Daar zeg je zoiets!
– een punt
hebben iets
belangrijks noemen / zeggen
– Wat is je
punt? Wat wil je zeggen?, Wat wil je inbrengen / te berde
brengen / aan de orde stellen?
– zijn punt maken […]
aan de orde stellen §
, […] onder de aandacht
brengen §
pup 1
nesthond; 2
jonge hond; 3 welp Bv. van leeuw.
puppy 1 hondenjong; 2
nesthondje; 3 jong hondje
puppy pile
jongehondjesstapel op knuffelfeestjes
pure puur
◊purisme 1 taalzuiverheidsstreven; 2
taalzuiverheid
push stimulans
push-and-pull trek-en-duw
push bar to open
duw op de
stang om te openen, openen: duw op de stang
pushbox duwdekseldoos
pushen 1
aandringen, naar voren schuiven, propageren; 2
opdringen
pusher opdringer vooral m.b.t.
roesmiddelen e.d.
push here to open duw hier /
hier duwen (om te openen)
pushlamp druklamp
pushpin prikker,
punaise
push-up
1 het
opdrukken,opdruk¡, opdruk-; 2
het omhoog/opduwen, opduw-
pushy opdringerig;
aandringend
put-in-label inschuifetiket, insteeketiket ordners e.d.
Zie ook label.
◊puzzel, puzzle raadsel
◊pyromaan brandstichter
◊pyromanie
brandstichtzucht