i.c. i.z. (intensieve zorg) Zie intensive care.
icebergsla ijsbergsla,
ijssla
ice carving ijssnijden,
ijsbeeldhouwen
ice coffee ijskoffie
ice(cream)
ijs(je), ijsco
iced drinks gekoelde
dranken
ice house ijshuisje,
ijskelder
ice sheet
ijskap aardkunde
ice tea, icetea ijsthee
iced tea ijsthee
icon [aikon] 1
symbooltje, pictogram,
{icoontje} ict;
2
boegbeeld, icoon overdr.
icoon, icon ict
symbooltje, pictogram 'Icoon'
wel in
andere bet. goed Ned.
ict [ai-sie-tie], information
and communication
technology
ict [ie-see-tee], informatie-
en communicatietechnologie
ID [ai-die] ook ict ID [ie-dee];
dientificatie Zie
ook
identification.
ID-card [ai-die-] ID-kaart [ie-dee],
identiteitskaart, persoonskaart¡,
eenzelvigheidskaart¡,
identiteitsbewijs Zie
ook aldaar.
identification ict identificatie, naam,
gebruikersnaam
identifier ict identificator
◊identiteit eigenheid,
eenzelvigheid
◊identiteitsbewijs,
~kaart
persoonsbewijs,
eenzelvigheidsbewijs
identity eigenheid,
identiteit, eenzelvigheid
I did it! Het is (me)
gelukt!, Gelukt!
idiotproof foutbestendig,
dwaasbestendig¡
idol idool, favoriet
image [immidzj] 1
imago, beeld, beeldvorming,
uitstraling, sfeer, image [imaazje]; 2
beeld, afbeelding,
plaatje
imagebuilder beeldvormer,
imagovormer, ~bouwer
imagebuilding
beeldvorming,
imagovorming
image
consultant beeldadviseur, beeldvormingsadviseur,
imagoadviseur Zie
ook consultant, image.
imaging
beeldvorming; toonder Bv.
‘aderimaging’.
◊imitatie 1 namaak; 2
(het) nadoen,
navolging
◊imiteren 1 namaken; 2 nadoen,
navolgen,
na-apen
◊immaterieel ontastbaar,
niet stoffelijk,
onstoffelijk
◊immigrant inwijkeling Volgens
sommigen te puristisch.
◊immigreren inwijken Volgens
sommigen te puristisch.
impact [impekt]
invloed; effect, gevolg,
weerslag, uitwerking;
impact [impakt]
impeachment(procedure)
afzettingsprocedure
◊imperiaal bagagerek,
bagagedrager, dakdrager
implementatie invoering;
toepassing; verwerking,
uitvoering
implementeren invoeren,
doorvoeren; toepassen in
gebruik nemen;
verwerken, uitvoeren
◊import invoer
importance belang,
importantie
◊important
[-tánt] belangrijk
important
[-pórt∂nt; Eng.] belangrijk
importantie belang
impress indruk maken
impressed
onder de indruk
impressen indruk maken
improvised explosive device
bermbom mil.
I'm sorry Zie sorry.
imprint 1 impressum boekwezen; 2
af/indruk, spoor, stempel
improvement verbetering
improvement center
innovatiecentrum, vernieuwingscentrum, ontwikkelingscentrum, ~instituut
◊in
populair, volgens de mode, van nu
in a hurry
in haast, gehaast §,
in een ren
in a nutshell in een notendop
in a way in zekere zin
in between (groep in de)
tussenleeftijd,
tussengroep
in between relationship tussenrelatie
inbound 1
binnenkomend, inkomend; 2
intern
in-box (net)postbus, elektronische
brievenbus, digitale brievenbus ict; brievenbus; bakje 'in' Zie ook box.
in-car apparatuur
boordapparatuur autotechniek
Zie ook car.
in car instruments
boordinstrumenten, boordapparatuur Zie
ook car.
incentive aansporing,
aanmoedigingspremie,
stimulans
◊incest bloedschande
◊incestueus bloedschandig
inch (Engelse) duim
incheckbalie meldbalie,
inschrijfbalie
inchecken
(, zich) 1
zich
(aan)melden, zich (laten) inschrijven, zich(laten) inboeken; 2
(aan)melden, inschrijven,
inboeken; 3
aanmelden,
binnenmelden, inmelden° naar analogie van ’instappen’; openbaar
vervoer Zie ook
checken,
uitchecken.
◊incident voorval,
gebeurtenis
incident
[ínsiedent]
incident [insiedént], voorval, gebeurtenis
incident management takel- en bergingswerk
incident manager takel- en
bergingsbedrijf
◊inclusief met inbegrip
van
in-company in het
bedrijf, intern
in control 1 ~ zijn de leiding hebben; 2 onder controle, in de hand; 3 beheerst worden of zijn; 4 beheerst Zie ook controle.
incrowd binnenkring,
kliek, ingewijden overdr.
incubator kweekkamer
indash
ingebouwd (in het bedieningspaneel) Zie ook dashboard.
Independence
Day
Onafhankelijkheidsdag
independent onafhankelijk
– independent film
onafhahankelijke film; vrije film;
~productie
in de running Zie
running.
Indian summer warme nazomer
indicator stip
[-ketor] indicatiestip [-katie], indicatiemerk, waarschuwingsstip,
waarschuwingsmerk
indicator strip [-ketor] aanwijzingsstrook, indicatiestrook [-katie] Zie ook strip.
◊indirect
onrechtstreeks, niet rechtstreeks,
middellijk
individual course
programme
studiepad
indoor binnen-,
zaal-; overdekt
indoorhal sporthal
indoorpiste overdekte piste
indoorsport binnensport
industry, industries industrie
in-eartelefoon
oortelefoon
infaden
laten opkomen, laten
invloeien
inflattable opblaasbaar
inflattable curtain opblaasbaar
gordijn,
veiligheidsgordijn, gordijn(opvang-,
bots-, auto)ballon / ~airbag, zijruit(auto- / bots)ballon, ~airbag,
raam~ autotechniek.
Zie ook airbag,
curtain.
in-flight- vlieg-,
vlucht-
– in-flightentertainmentprogramma vluchtamusementsprogramma
Zie ook entertainment.
◊info inlichtingen,
informatie
infomercial
aanprijsprogramma, docureclame
informal informeel van
kleding.
◊informatie inlichtingen
information inlichtingen,
informatie
information center
informatiecentrum
informationdesk
inlichtingenbalie, informatiebalie,
'Inlichtingen'
information and
communication
technology, ict
informatie-
en
communicatietechnologie, ict Zie
ook ict
information technology,
i.t.
informatietechnologie, i.t. Zie
ook i.t.
information war
informatieoorlog
informator [-metor],
inlichtingenverstrekker,
informant,
informator [-mator]
informed consent overwogen
toestemming, welingelichte
toestemming, welingelichte keuze
infotainment informatief
vermaak, informatievermaak, informatie en vermaak
inframanagement spoorbeheer;
spoorbouw
in full swing in
volle gang,
volop in werking Zie
ook
swing.
in functie van op grond van,
afhankelijk van
inhalen [-heelen]
inhaleren inademen
inhaler
inhalator
in-house binnenshuis,
intern; huis-, bedrijfs-;
thuis
– in-house service
dienstverlening in huis, ~thuis
injection
inspuiting, injectie techniek
– direct
injection
rechtstreekse inspuiting, directe inspuiting, ~injectie
inkjet ict
1 Zie inkjetprinter; 2
inktspuit(eenheid) onderdeel
van afdrukker
◊inkjetprinter ict inktafdrukker,
inktstraalafdrukker°, inktprinter, inktstraalprinter°
Zie
ook printer.
inktank ict inktpatroon
inlay 1
inlegwerk, mozaïek; 2
inlegsel, inlegvel, inlegblad; 3
gegoten vulling, maatvulling, pasvulling tandhk.; 4
boekje, inlegblad bv.
in cd-doosje; inlegwerk
◊in licentie
toestemmingsgewijs, volgens
geautoriseerde
specificaties Zie
ook
licentie.
◊inloggen ict zich aanmelden, aanleggen,
innetten°
inner circle kring van
vertrouwelingen, (groep van)
intimi
in no time Zie
time.
◊innovatie vernieuwing
◊innovatief vernieuwend
innovation vernieuwing, innovatie
– innovation center ontwikkelingscentrum
inplant
[Eng.] inplant, implantaat
inpluggen
insteken stekker
e.d.,
aansluiten Zie ook
pluggen.
input 1 beginsituatie,
(uitgangs)gegevens; uitgangsnotitie; 2 ict
in te voeren / ingevoerde gegevens; 3 ict ingang; 4 inbreng,
ideeëninbreng
in real life, IRL ict 1 in het echt; 2 in het echte
leven, in (de dagelijkse) werkelijkheid
in real time
Zie
real time.
ins and/en outs fijne
kneepjes, finesses
insert ww. ict invoegen
insert z.nw.
1 inlegvel; 2 ict invoeging
in-shoe
sock kousenvoetje,
zoolsok°
in-shower douche…, voor (gebruik) onder de douche
inside
binnen In
bv. 'special prices inside'.
inside information
kennis van
binnenuit, informatie van
binnenuit, binnenkennis¡, binneninformatie¡,
informatie van
ingewijden
insider
binnenstaander¡, ingewijde
insourcen zelf
uitvoeren; zelf in dienst nemen bedr.k. Zie ook
outsourcen.
insourcing zelf uitvoeren
z.nw.;
zelf in dienst nemen z.nw.
bedr.k. Zie ook outsourcing.
instant
direct, direct-klaar,
onmiddellijk, moment-; voor het
moment
instantaan (ws. <
instantenious) onmiddellijk;
op dat moment
instant coffee oploskoffie,
direct-klaarkoffie
instant messaging ict 1 onmiddellijke berichtgeving; 2 contactgroep internet; zolang je in verbinding bent Zie ook instant, messaging.
instore winkel-, in de
winkel §
instore demonstratie
winkeldemonstratie Productdemonstraties
op een plaats waar het ook werkelijk wordt verkocht.
instructing wiring harness opdrachtkabelgeleider,
{instructiekabelgeleider} robots
insurance
verzekering
insurance company
verzekeringsmaatschappij
◊intake(gesprek)
kennismaking(sgesprek),
indeling(sgesprek), inschrijving(sgesprek), oriënterend
gesprek,
oriëntatie
intapen
plakzwachtelen, ompleisteren,
inpleisteren
inteachen ict inregelen, instellen; aanmelden van een apparaat bij/op een centrale regeleenheid e.d.; domotica
integreren verwerken in, inwerken
– geïntegreerd verwerkt in, ingewerkt
intelligence
1 inlichtingen,
informatie,
geheime
onderzoeksgegevens; 2
inlichtingenwerk, spionage; 3
inichtingendienst, spionagedienst, geheime dienst; 4
intelligentie, verstand; 5 intelligent leven
intelligence service
inlichtingendienst, spionagedienst,
geheime
dienst Zie
ook
intelligence.
Intelligent Design Verstandelijk
Ontwerp, Intelligent
Ontwerp biologie
intelligent key slimme
sleutel, intelligente sleutel,
elektronische sleutel
intelligent textiles intelligente
stoffen, slimme stoffen
item [aitem] 1
onderwerp, item [ietem]; 2
voorwerp
intensive
intensief
intensive care 1 intensie
ve zorg, intensieve
verpleging;
2
intensievezorgafdeling,
bewakingsafdeling gezondheidszorg
Zie ook care.
interbiker fietsbus streekbus
waarin mijn ook zijn fiets kan
meenemen; experiment in Noord-Nederland
interception technology
onderscheppingstechnologie,
onderscheppingstechniek
intercity 1
grotestedentrein, stedentrein:
2
Vanaf 10-12-2006: sneltrein, stedentrein Oorspr.
merknaam.
intercom huistelefoon
intercooler tussenkoeler autotechniek
interdependent onderling
afhankelijk
◊interesse
belangstelling; belang
◊interesseren belangstelling
wekken
– ◊zich interesseren belangstelling
hebben
interface ict 1 gebruikersomgeving,
gebruikersscherm =
user
interface; 2
koppelvlak =
software interface;
3
koppeling, aansluiting =
hardware
interface.
interfacen koppelen,
overbruggen
interface card ict
insteekkaart
interiors inrichting,
interieurs
international b.nw. internationaal
international z.nw.
1
internationale onderneming; 2 internationaal
aandeel, internationaal fonds; 3
internationaal
speler
sport
internet service
provider, i.s.p. ict internetaanbieder,
internetdienst,
internetmaatschappij Zie
ook provider,
service.
internetshoppen internetwinkelen, internetkopen
internetsite ict
1 webstek,
weblocatie,
webwerf, {webplek,
webplaats°} plaats
op
het
internet; 2
webtekst,
webpagina's, webbrochure, internet~ inhoud; 3 internet: in
adressen
interview ◊1 vraaggesprek, interview journalistiek
vraaggesprek en onderzoeksmethode;
2 gesprek; 3
sollicitatiegesprek
-interview [bv. ’Pietersen-interview’] vraaggesprek/interview met … [bv. P.]. Wel juist in de betekenis van ’vraaggesprek in de stijl van / volgens de werkwijze van (enz.) …
interviewen 1 ◊ vraaggesprek
houden;
bevragen; 2
◊
ondervragen, een
vragenlijst voorleggen onderzoeksmethode;
3 vragen
stellen, bevragen, ondervragen; 4
sollicitatiegesprek voeren
interviewer 1 ◊ verslaggever,
vragensteller,
bevrager; 2 ondervrager,
bevrager,
enquêteur;
3
vragensteller,
ondervrager; 4
deelnemer aan een
sollicitatiegesprek aan
de
zijde van de werkgever.
interviewset
interviewtoneel, interviewopstelling,
interviewsituatie bv.
tv-programma. Zie ook interview.
in the flesh in levenden
lijve
in the middle of nowhere in een
uithoek, in de
woestenij, in de
verlatenheid, midden in de leegte
in the mood Zie
mood.
in the picture Zie
picture.
into geheel vervuld
van, idolaat, verzot op, gegrepen door; een en al … In bv.'Het meisje was helemaal
into
Barbie'.
in town in
de stad
◊introduceren invoeren
◊invalide b.nw. 1 beperkt, met een
beperking, met een … gebrek, met een … bezwaar,
behoeftig, specifiek:
blind, doof, mank enz.; gebrekkige,
invalide,
behoeftige,
specifiek:
blinde, dove, manke
enz.; 2
ongeldig onderzoeksmethode
◊invalide z.nw. beperkte,
iemand met een
beperking, met een gebrek, met een bezwaar, behoeftige, specifiek:
blinde, dove, manke enz.; gebrekkige,
invalide,
behoeftige,
specifiek: blinde, dove, manke enz.
inventgroep
ontwikkelingsgroep,
beleidontwikkelingsgroep
investigative journalism
onderzoeksjournalistiek
investigative journalist
onderzoeksjournalist
investment
investering,
belegging
investment bank
investeringsbank
investor investeerder,
belegger
– investor
relations
betrekkingen met investeerders /
beleggers
invisible onzichtbaar
invitation, on ~ op uitnodiging
invitational conference
conferentie op uitnodiging
involvement
betrokkenheid
in-wheelmotor
wielnaafmotor,
wielmotor
autotechniek
◊'in'
zijn
1 in de mode
zijn; 2
in de
stemming zijn
in your face openlijk Zie ook face.
inzweren
beëdigen 'inzweren' kan gebeuren met
wonden,
nagels enz.
I.S.B.N.,
International Standard
Book Number
I.S.B.N.,
internationaal standaardboeknummer
is coming Zie
coming.
issue 1 probleem, kwestie; 2
punt (van
bespreking), gespreksonderwerp; 3 nummer, aflevering Zie ook
hot issue.
i.s.p. ict
Zie internet
service provider.
i.t. [ai tie] i.t.
[ie tee] Zie
ook
information
technology.
item [aitem] 1
punt, nummer, onderwerp, item [ietem]; 2
onderdeel, stuk bv.
betr.
kleding,
kledingstuk; voorwerp;
3
artikel tijdschrift