Woordenlijst Evenwaardig Nederlands

C
N.B.  De vervangers gelden alleen voor de aangegeven betekenis(sen).

C2C, craddle-to-craddle van wieg tot wieg, hergebruik(productie(methode))
C2C-principe
hergebruikprincipe, van-wieg-tot-wiegprincipe
cab
taxi

cabin hut schip
cabinet kast; pronkkast
cable kabel
cabling bekabeling
cache ict tussengeheugen, opslaggeheugen°, opslagplaats
– ◊cadeau geschenk
– ◊cadeau doen schenken, cadeau geven, ten geschenke geven
– ◊cadeau krijgen ten geschenke krijgen, krijgen
caddie1 slagstokkendrager; ◊2 slagstokkenkoker; 3 golfwagen; 4 winkelwagen Zie ook golfclub.
calculator [-etor] (zak)rekenmachine, ~toestel, calculator [-ator]
call ww. opbellen, bel …
call z.nw. 1 telefoontje, telefoongesprek, telefonische oproep, (telefonisch) verzoek; 2 telefoon in adresvermelding; 3 oproep, gesprek
– last call laatste ronde café
call accept
ict (gespreks)aannemingsknop, gespreksknop

call agent telelokettist(e)°, tele-informator/trice°
callcenter, ~tre 1 belbalie, telefoonbalie, telefonisch informatiecentrum bv. van een bank, bij een calamiteit; 2 telefoneercentrum, telefoneerwinkel, opbelwinkel, belbureau, belzaal, telefoneerzaal winkel die telefoneermogelijkheden biedt; 3 belcentrum, telefoneercentrum, telefonischeverkoopcentrale, ~dienst dienst die bv. potentiële klanten telefonisch benadert
callcenter agent, callcenteragent ict telelokettist(e)°, tele-informator/-trice°
callcentrum bemiddelingsbureau, belhuis
callgirl oproepmeisje°, luxeprostituee, luxehoer
call-in inbelprogramma radio, tv
call screening ict gesprekselectie betr. telefonische communicatie

camcorder  videocamera, beeld-geluidopnemer m.n. voor video
cameraready gereed voor opname, opnameklaar, opnamegereed
camp b.nw. modekitscherig; precieus, nichterig; overdreven; gemaakt zoals kunst
camp z.nw. 1 kamp; 2 modekitsch; 3 kitschmuziek, -stijl, kitschstijl°; 4 kitsch, namaakkunst, kunstnamaak
campgehalte mate van kitschstijl, kitschgehalte
camper trekkerswagen, trekkersauto, kampeerauto, zwerfauto Belg.
campaign campagne; wervingsactie
campaignen campagne voeren
campaigner campagnevoerder; actievoerder
camping kampeerterrein
campingterrein kampeerterrein
campus [kempus] campus [kampus], universiteitsterrein    

campy b.nw. modekitscherig
can 1 kan, doseerkan, vat, {reservoir}; 2 blik(je); bus
canal bike waterfiets; grachtenfiets
canal bus grachtenbus, waterbus
cancelen opheffen, annuleren, afgelasten, afzeggen, niet laten doorgaan; ; beëindigen, stoppen met ook ict
canceled vervallen, geannuleerd bv. vluchten
candid camera verborgen camera
candle 1 kaars; 2 candela, kaars maat voor lichtsterkte
candlelight kaarslicht
candy snoep, zoetwaar
candybar 1 snoepstaaf, snoepblok; 2 snoeptoonbank, snoeptafel, {snoepbar}
cans nek/schouderklachten
canvassen stemmen werven
canyon kloof, ravijn
canyoning klooftocht maken, ravijntocht maken
cap 1 pet; 2 capuchon, jasmuts°; 3 dop, sluiting
caps 1 Zie cap; 2 capsules
cape omslagjas
cap rock
dekgesteente aardkunde

capsule [kepsjoel] capsule [kapsule]
captain
1 gezagvoerder, kapitein scheepvaart, luchtvaart; 2 bevelhebber, kapitein mil.; 3 aanvoerder sport, spel

captain of industry industrieel topman, ~ topvrouw, ~ topfiguur
captain’s chair kapiteinszetel, gezagvoerderszetel
captive audience geboeid publiek, ademloos publiek, aan zijn stoel gekluisterd publiek
car auto, wagen; busje
in-car apparatuur boordapparatuur, in de auto aanwezige apparatuur autotechniek
in car instruments boordinstrumenten, boord-apparatuur autotechniek
carat, ct.
karaat, kt.

caravan kampeerwagen
– ◊stacaravan standkampeerwagen
carbon 1 koolstof; 2 koolstofvezel
carbon footprint koolzuurvoetafdruk
carbonstok koolstof(vezel)stok, stok van koolstof(vezel) sport

carbon credit (CO2-/koolstof/kooldioxide)emissierecht Zie ook carbon, credit.
carbon fiber, carbon fibre
koolstofvezel

card kaart, kaartje, pasje, handkaart°; betaalkaart, klantenkaart enz.
cardholder kaarthouder
cardigan (gebreid) vest, gebreid jasje
cardreader
ict kaartlezer

care verzorging, zorg
night care huisartsenpost, nachtdienst Zie ook night.
career loopbaan, carrière
career center loopbaancentrum, loopbaanadviseringsbureau
careeropportunity carrièremogelijkheden, ontwikkelingsmogelijkheden loopbaan
car electronics auto-elektronica
carfitter automonteur, installateur betr. auto’s
cargo 1 goederen, vracht, lading; 2 goederenvervoer, vrachtvervoer; 3 vrachtschip, vrachtboot Afk. van cargo boat.
cargobox krat, bagagedoos Zie ook box.
cargohub overlaadstation, overslagplaats
cargoship
vrachtschip
carholder
autohouder bv. voor een mobiele telefoon
carjacking
autoroof, auto-overval        

carkit autopakket, autostel, (auto)telefoonhouder
car office autokantoor, rijdend kantoor
carpet [kárpǝt] vloerkleed, tapijt, karpet [karpèt]
carpoolen ritdelen°, samenrijden, meerijden, gezamenlijk reizen (per auto)
carpoolstrook samenrijdersstrook°, ritdelersstrook°
carport autoafdak, autostalling
carrier 1 (motor)bakfiets; 2 telefoonbedrijf, telefoondienst; 3 diaschuif; 4 vliegdekschip; 5 vrachtvliegtuig (voor mensen en materieel); 6 terreingevechtswagen; 7 bagagedrager fiets
carrier battle group mobiele gevechtseenheid
carrière loopbaan
carrierselect keuze-instelling van telefoondienst
carriervliegtuig vrachtvliegtuig (voor mensen en materieel)
carrosserie koetswerk
carrot mob beloningstoeloop, loktoeloop Zie ook mob.
carry-case draagdoos, vervoersdoos, transportdoos

car sound system autogeluidsinstallatie, automuziekinstallatie
carton (kartonnen) pak, verpakking
cartoon1 spotprent; 2 schertstekening; 3 beeldverhaal, strip(verhaal); 4 tekenfilm    
cartoonist spotprenttekenaar
cartridge 1 houder; 2 ict cassette poederinkt, patroon vloeibare inkt
carven beeldhouwen; figuursnijden, modelleren; zandsnijden, ijskerven
carver beeldhouwer; figuursnijder, figuurhouwer, modelleerder; zandsnijder; ijskerver
carwash autowasserij, wasstraat
case 1 casus, geval(sbeschrijving), voorbeeld; 2 zaak, argumenten jur.; 3 koffer, tas; 4 cassette, doos; 5 etui; ; 6 kast van een toestel
casecontrol gevalsstudie, gevalsbestudering
caseload belasting, taakomvang, cliëntenlast; werkdruk
casemanager 1 zorgcoördinator, eerstverantwoordelijke;  2 gevalscoördinator, gevalsbegeleider
cash b.nw./bw. 1 contant, baar; 2 in baar geld, in contanten
cash z.nw. 1 contant geld, baar geld, contanten; 2 geldopname in opschriften
cash-and-carryzaak meeneemzaak, (goedkope) zelfbedieningszaak, (goedkope) supermarkt, afhaalmarkt
cashback korting, geld terug, retour §
cashbackactie geld-terugactie; geld terug, retour §

cash collect verzamelcheque
cash cow melkkoe markt.
cashen 1 winst opstrijken, winst innen; innen, „vangen”; 2 (geld) opnemen, innen
cashewnoot cachounoot, olifantsluis, bombaynoot, acajounoot°, kasgoenoot°, kommanoot°
cashflow kasstroom
cashflow generator kasstroommaker, contantgeldmaker
cashfree zonder contant geld, met betaalkaart
cashier kassier, caissière
casereport gevalsbeschrijving
cassette 1 (luxe) doos boeken, bestek; 2 houder; 3 geluidsbandje = cassettebandje
cassettedeck cassettespeler; cassetteopnemer, cassetterecorder
cassetterecorder cassetteopnemer, cassetteopnameapparaat
cast 1 rolbezetting, rolverdeling; 2 (spelers)groep, spelers toneel, ballet enz.
casten 1 rol(len) toedelen aan, kiezen, selecteren van acteurs; 2 rol laten vervullen, inhuren; 3 bezetten een rol; 4 ~ als plaatsen, zetten in de rol van
gecast worden gevraagd worden, uitgenodigd worden, ingehuurd worden om een rol te spelen
een rol casten een rol toedelen aan, een rol bezetten
casting 1 rolbezetting; 2 (het) inzetten, kiezen, engageren, inhuren, selecteren van acteurs voor een rol; 3 auditie
casting bureau impressariaat, (modellen-, spelers-)agentschap
casting director hoofd rolverdeling, rolverdeler, rolverdeling §
casual b.nw. vrijetijds-, informeel bv. kleding
casual bw. terloops
casual z.nw. informele kleding, vrijetijdskleding
casual Friday informele vrijdag
casual wear informele kleding, vrijetijdskleding
casuals informele kleding, vrijetijdskleding
catastrophe bond rampenbond, catastrofebond
catch vangst, aanwinst; vangbal sport
catch as catch can
pak wat je pakken kan, graaicultuur

catch-ken slimme camera
catchphrase gevleugeld woord; kreet, aandachtvanger, lokzin
catch scan combinatieonderzoek, combi-onderzoek°, ~controle Zie ook scan.
catch-upeffect inhaaleffect
catchy pakkend
category
categorie

caterpillar (tractor) rupsbandtrekker, rupsbandtractor
cateraar maaltijdverzorger, maaltijdleverancier, spijzenier
catering 1 maaltijdverzorging, maaltijdvoorziening, spijzenij, proviandering; 2 maaltijd; eten en drinken; 3 maaltijdleverancier, spijzenier; spijzerij; 4 restauratie, restauratieve dienst / -verzorging, spijzerij
catering service maaltijdverzorgingsdienst, maaltijdleverancier, spijzenij, restauratie
catfish
bedrieger m.n. betr. sociale media.
catwalk
1 plankier, loopplank, uitlooptoneel, uitloop; 2 presentatie, parade; 3 luchtbrug

causaal oorzakelijk
causaliteit oorzakelijkheid
caution! pas op!, let op!, attentie!
cave [keef] grot
cd laserschijf(je)°, optische schijf, schijf; dataschijf; informatieschijf(je); muziekschijf(je)°, (muziek)plaat(je)° = compactdisk 1.
cd-box cd-doosje Zie ook box, cd.
cd-drive compactdisk/cd-lezer, compactdisk/cd-speler, plaatspeler°, cd-station
cd-i ict interactieve cd, interactieve schijf, interactieve plaat
cd-rom ict lees-cd, leesschijf°, informatieschijf, leesplaat
cd-spinner cd-molen, cd-toren
cd-rewriter ict cd-herschrijver, cd-herbrander Zie ook cd.
cd-speler Zie compactdisk 2. Zie ook cd.
cd-toaster cd-brander Zie ook cd.
cd-writer ict cd-brander, laserschijfbrander Zie ook cd.
cedar wood cederhout
celebrity
beroemdheid persoon

celebs mv. beroemdheden
cell cel
center, centre 1 centrum; centrale; 2 steunpunt; 3 Alleen spelling center”: centreerpons, dopijzer, dutter, keurnagel
-centered uitgaand van, in het middelpunt plaatsend, -centrisch
centerfold Zie centrefold.
center of attention middelpunt van de aandacht, middelpunt (van de belangstelling)
central district centrum, centrumwijk
central processing unit
ict centrale verwerkingseenheid

centre Zie center.
centrefold, centerfold uitklapplaat tijdschrift
centrifugaal middelpuntvliedend
centrifuge droogtol°, droogzwierder Belg.
centripetaal middelpuntzoekend
CEO, chief executive officer president-directeur, bestuursvoorzitter
cereal graanproduct
certified gecertificeerd, erkend
chairman
1 voorzitter; 2 bestuursvoorzitter; 3 president-commissaris

challenge uitdaging            
champion kampioen
championship kampioenschap
change 1 wisselgeld; 2 wisselkantoor; het wisselen; 3 verandering
regime change 1 regeringswisseling, verandering van regering, machtswisseling; 2 beleidsverandering Zie ook change.
channel kanaal ook ict
channelen 1 (boodschap) ontvangen, geïnspireerd worden z.nw. door mediums van geestelijke entiteiten; 2 kanaliseren, een uitweg geven / laten vinden bv. van emoties tijdens een optreden
channeling
(boodschap) ontvangen, geïnspireerd worden z.nw. door mediums van geestelijke entiteiten
channel manager
beheerder verkoopkanalen Zie ook channel, manager.

chanson luisterlied
chanteren afpersen

chanteur afperser
chapeau! petje af!
character
1 personage; 2 letter, letterteken; 3 karakter, letterteken; schriftteken Betr. niet-Romeinse letters.

flat character eenvoudig/stereotiep personage, vlak personage; personage met ~ karakter lit.
in character geheel bij iem. passend, zoals je van hem/haar kunt verwachten, volgens zijn aard/manier van doen
round character complex/ontplooid/ontwikkeld personage; personage met ~ karakter lit.

character actor karakterspeler, karaktervertolker
charge geblazen autotechniek
charger 1 oplader, oplaadapparaat, acculader; 2 (turbo)lader autotechniek
charmant bekoorlijk
charme bekoorlijkheid, bekoring
charming charmant, bekoorlijk
charter 1 handvest; 2 huurvliegtuig, gereserveerd vliegtuig; 3 huurvlucht, gereserveerde vlucht
chartervliegtuig huurvliegtuig, gereserveerd vliegtuig Zie ook charter.
chartervlucht huurvlucht, gereserveerde vlucht Zie ook charter.
chaser jager
chassis onderstel

chat ict 1 praatje, babbeltje; 2 praatsessie, babbelsessie, webbel°; webgesprek
chatroom ict praatruimte, babbelruimte, webbelkamer°
chatten ict  praat-typen, type-praten, babbelen, kletsen, webbelen°
chauffeur1 bestuurder alg.; 2 chauffeur beroep
cheap goedkoop, ordinair, gewoontjes Vb.: Zij is altijd zo cheap in die dingen.”
check controle
checken 1 nagaan, natrekken; 2 nakijken, controleren, nalopen, toetsen; 3 ict bekijken, kijken op, bezoeken, lezen webstek; kijken of bv. e-mail checken” = kijken of er netpost is”; kijken bv. „de spiegels checken” = „in de spiegels kijken” (of je kunt wegrijden bv.); 4 ook ict raadplegen, bekijken, lezen bv. netpost, webstek; nakijken, nagaan, ophalen netpost; 5 bekijken, kijken op, lezen (in) Bv. Check pagina 5”, „Check de nieuwe Metro; 6 luisteren naar, kijken naar radio, tv Zie ook inchecken, uitchecken.
check it out lees het, bekijk het, kijk op … e.d.
zijn e-mail checken 1 kijken of hij netpost / netberichten heeft; 2 zijn netpost / netberichten bekijken, lezen Zie ook e-mail.

zijn frequentie checken afstemmen (op) §, luisteren naar §
checker controleur, controle, controleprogramma, controlegereedschap Vaak ict.
check-in
meldingsprocedure, melding o.a. lucht
vaartpassagiers
checklist aandachtspuntenlijst, lijst van aandachtspunten, controlelijst, lijst van te controleren punten, nazichtlijst°; paklijst
check-out kassa, {betaalpunt}
checkpoint 1 controlepost; 2 aandachtspunt, controlepunt
checks and balances evenwicht, teugels en tegenwichten
check-up algemeen onderzoek, algemene controle, inspectie vooral geneeskunde
cheerio! 1 dag!, tot ziens!; 2 proost!
cheers! (op je) enz. gezondheid!, proost!
cheer up! kop op!
cheese kaas
cheeseburger kaasburger [-g-] Zie ook hamburger.
cheetah jachtluipaard
chemical b.nw. scheikundig, chemisch
chemical z.nw. scheikundige, chemische stof, ~ product, mv. ook chemicaliën
chemise hemd
chemise-enveloppe hemdbroek
cheque (uit)betalingsopdracht
cherry picking krenten uit de pap halen §
cherrytomaten kerstomaten

chew, chewing kauw-
chewing gum kauwgom
chi [tsjai] chi [chie] Afkorting van chi-kwadraattoets”, een statistische maat, aangeduid met de Griekse letter chi.
chick meid, meisje, stuk”, spetter”
chicken kip
chicken wing kippenvleugel
chicklit meidenliteratuur
chief 1 hoofd, baas, chef; 2 opperhoofd
chief executive officer Zie C.E.O.
chief information officer, C.I.O.
hoofd informatievoorziening

chief risk officer directeur risicoafweging
chill
ontspannen, prettig
chillen
1 afkoelen, bijkomen, afmakken; ontspannen; 2 kalmeren onov.

chiller koeler, koelhouder
chinatown Chinese wijk
◊chip 1 schijfje; 2 aardappelflinter, aardappelschijfje =
potato chip”; 3 ict flinterschakeling, microschakeling; 4 snipper; 5 schijfje, fiche
houtchips houtsnippers
chipkaart 1 digikaart, geheugenkaart°, geheugenpas°, {flinterkaart}; 2 muntkaart
OV-chipkaart OV-kaart, (OV-)reiskaart, OV-betaalkaart, OV-digikaart
chipknip Zie chipkaart 1. Eig. merknaam.
chippas muntkaart° {contantgeldkaart°, contantenkaart°}
chippen met muntkaart betalen
chipper Zie chipkaart 1. Eig. merknaam.
chippie Zie chip 2.
chip tuning elektronisch opvoeren z.nw., elektronische opvoering auto’s, motoren
Christmas Kerstmis, Kerst
chocolate Eng. 1 chocolade; 2 chocolaatje; 3 chocoladekleur
choice keuze
choker sjaaltje, halsdoek
choppen fijnhakken
chopper
fijnhakker, hakmachine keukengereedschap

chopstick eetstokje
choqueren schokken
choquerend schokkend
cider [saider] cider [sieder]
chrome [kroom] chroom [groom]
C.I.O. Zie chief information officer.
circle line ringlijn, cirkellijn
circletram ringlijn Tramlijn in Amsterdam.
circuit 1 omloop, kring; 2 kring(en) sociaal; 3 (auto)renbaan, racebaan; 4 stroomkring, schakeling
circulaire rondschrijven, rondzendbrief
circuleren rondgaan
citaat aanhaling
citizens arrest burgeraanhouding
city 1 binnenstad, centrum; 2 -stad in eigennamen; bv. Mexico-Stad; 3 centrumkantorenwijk vb. de Londense centrumkantorenwijk; 4 stad (als reisbestemming)
City sense Stadsgevoel Naam van Utrechts theater.
citybike stadsfiets
citybin binnenstadsvuilnisbak Zie ook bin.
city branding stadsmerkopbouw, wijkmerkopbouw, stadsvermerking°
citybus binnenstadsbus, centrumbus
citydesk stadsredactie
citypastoraat binnenstadspastoraat, centrumpastoraat
city room stadskamer, stadsvertrek, stadsserre stedebouwkundig concept in Utrecht
city tax verblijfsbelasting, toeristenbelasting
city trip
stedenreis(je), stedenvakantie

citywalk stadswandeling
civility hoffelijkheid
civil journalism
burgerjournalistiek
civil society zorgzame samenleving, burgersamenleving, burgerlijke samenleving

clown potsenmaker
claim 1 (schade)vergoedingseis, schade-eis; aansprakelijkheidsstelling; 3 pretentie, aanspraak; 4 beschuldiging
claimcultuur aansprakelijkheidstellingscultuur, aansprakencultuur
claimen 1 aanspraak maken op, eisen, opeisen; 2 eis (tot vergoeding) indienen; 3 pretenderen, aanspraak maken op; 4 beweren dat, stellen, beschuldigen van §
clash botsing Ook overdr.
clashen botsen
classic
1 klassiek, klassieke auto, klassiek (geworden) muziekstuk, etc., beroemd …; 2 klassiek, gebruikelijk

classy chic, elegant
claxon toeter, hoorn
clean 1 schoon, helder; 2 koel, steriel, onpersoonlijk; 3 schoon betr. roesmiddelen e.d.
clean area gecontroleerd gebied, veilig gebied, geschoond gebied luchthavens
cleaner reiniger; reinigingsmiddel
cleaning
reiniging, schoonmaak

cleansing schoonmaak-
cleansing cloth schoonmaakdoekje
cleansing gel reinigingsgelei
clearing vereffening, verrekening; vereffenings- /verrekeningsbureau
clever 1 knap, slim persoon; 2 slim, uitgekiend zaak
click klik
client klant, cliënt, afnemer; gebruiker ict
cliënt patiënt Wel in de betekenis van klant”.
◊cliënt klant
◊cliëntèle
klantenkring, klanten
clientserver
ict Zie server.

cliffhanger kluisterscène, kluistermoment
clignoteur richtingaanwijzer
climate control 1 klimaatbeheersing, klimaatregeling; 2 klimaatbeheersingsapparaat, ~toestel, klimaatregelingsapparaat, ~toestel
climate engineering klimaattechnologe, klimaattechniek Zie ook engineering.
climate proof klimaatveranderingsbestendig
clinch strijd, stevige discussie

in de clinch gaan de strijd aangaan, de discussie aangaan
clinic 1 kliniek; 2 adviesbureau 3 groepspracticum, {workshop}, groeps(praktijk)oefening, groepstraining Zie ook training, workshop.
clinical trial klinisch onderzoek
clip 1 klem, klemmetje, knijpertje; 2 klemhouder, klemstandaard; 3 oorklem(metje), oorbel; 4 fragmentvideo°, muziekvideo, flitsvideo° Zie ook oorclip, videoclip.
boekenclip klembladwijzer, bladklem
clipboard ict klembord
clip-on (klik)haakje; aanklik- haakje
cloakroom garderobe
clog
klomp; Zweedse muil

clone kloon Ook ict
close 1 dichtbij, intiem; 2 vertrouwelijk, intiem, nauw, dik; 3 nauw aansluitend
close harmony gesloten harmonie°
close-in boiler keukenboiler, inbouwboiler Zie ook boiler.
close reading zuivere tekstanalyse°, technisch lezen
close-up dichtbijopname, nabijopname, detailopname, uitlichting
– ◊in close-up van dichtbij, uitgelicht
clothing kleding
cloud ict internetwolk; informatiewolk, data/gegevenswolk; informatie/gegevenszwerm°
club
1 vereniging, sociëteit; ◊2 verenigingsgebouw, clubgebouw, sociëteit; ◊3 golfstok, slagstok; 4 nachttheater°, sociëteit uitgaansgelegenheid

clubber clubganger, clubbezoeker, clubenthousiast nachtclubs e.d. Zie ook club.
clue aanwijzing, wenk
clumsy 1 lomp; 2 onhandig
cluster groep, verzameling, opeenhoping, samenklontering
clusteren bundelen, combineren, bijeennemen, samennemen, opeenhopen°
clutch 1 greep; greep, vat, macht overdr.; 2 koppeling, koppelingspedaal autotechniek; het koppelen autotechniek ; 3 = clutch bag
clutch bag enveloppetasje
coach
1 koetsmodel, tweedeursauto; 2 reisbus; 3 begeleider; studiebegeleider; 4 adviseur, begeleider, ondersteuner; opleider

energycoach energieadviseur
nieuwbouwcoach nieuwbouwbegeleider
straatcoach straat begeleider, straattoezichthouder
trajectcoach begeleider, mentor
coachbuilding koetswerkbouw, carrosseriebouw
coachen
1 oefenen, {trainen}; 2 begeleiden; adviseren; opleiden

coaching 1 oefening, {training}; 2 begeleiding, ondersteuning
gezinscoaching gezinsbegeleiding
studiecoaching studiebegeleiding; huiswerkbegeleiding
coaster
1 kustvaarder; 2 kustbewoner; 3 bierviltje

coastering kustsporten° z.nw. sport
coast to coast continentbreed, tussen de twee oceanen, van kust tot kust inz. m.b.t. de VS.
coat
jas

coaten van een (bescherm enz.)laagje voorzien
coating laag(je); beschermlaagje, anti-schitterlaagje enz.
co-author co-auteur, medeauteur, medeschrijver
cobble stones getrommelde stenen, tamboerstenen
cockpit stuurhut, stuurcabine vliegtuig; bestuurdersplaats, bestuurderscabine autobus, renwagen
cockpit voicerecorder (stuurhut)gesprekkenopnemer Zie ook recorder.
cocktail 1 mengdrank; 2 middagfeestje°, mengdrankfeestje; 3 mengelmoes, mengsel, combinatie; 4 combinatievaccin
cocktailparty middagfeestje°, mengdrankfeestje
cocoonen zich nestelen, zich inpoppen overdr.
cocooning zich nestelen z.nw., inpoppen z.nw., inpopping
code 1 gedragslijn; ◊2 sleutel
code of conduct gedragscode
coderen versleutelen
code-sharing codedeling het koppelen van vluchtnummers op dezelfde vliegroutes
coffee koffie
coffeebar koffiehuis, koffiebar; koffiebalie
coffeecreamer (room)melkpoeder, koffieroompoeder
coffeelover koffieliefhebber
coffeepad
koffiezakjec, koffiebuiltje, koffiepakketje, koffiekussentje Zie ook pad.
coffeeshop koffiehuis(je), „koffieshop”
coffeewhitener koffiewitmaker, koffiemelkpoeder
coin munt
coinscan muntentelmachine, muntenteller
coke 1 cocaïne; 2 Coca Cola, (coca) cola Oorspr. merknaam.
cold koud
cold case oude zaak, onopgeloste zaak, gesloten zaak, {heropende zaak} crim. Zie ook case.
cold case team oudezakenploeg, onopgelostezakenploeg crim. Zie ook cold case.
cold case unit afdeling onopgeloste zaken, groep onopgeloste zaken,  onopgelostezakenploeg crim. Zie ook cold case.
cold chain koudeketen
cold storage koude opslag, gekoelde opslag; koelhuis
cold store koude opslag, gekoelde opslag; koelhuis
cold turkey schokontslaving°
co-leader medeleider, medevoorzitter, co-~, neven~
coleslaw wittekoolsalade, koolsalade
collage plakwerk

collapsable samendrukbaar o.a. autotechniek
collar 1 kraag; 2 boord; 3 halskettting
collect verzamelen, verzamel-
collect call ontvangersgesprek°, aanvraaggesprek, {remboursgesprek}
collectie verzameling
collector verzamelaar
collector’s item verzamelobject, verzamelaarsstuk
college line schoolbus Openbaarvervoersexperiment in Noord-Nederland.
colo(u)r kleur; gekleurd, bont §
coloured gekleurd
column cursief, cursiefje, kolomrubriek(je), kolom(metje) overdr.
columnist cursiefschrijver, kolomschrijver, cursiefjesschrijver
combat boot soldatenschoen, gevechtsschoen
combatpant soldatenbroek, gevechtsbroek
comeback terugkeer
comedian komiek
comedy 1 blijspel, komedie; 2 klucht
comfort gerieflijkheid, gemak
comfortabel gerieflijk, gemakkelijk
comfortable
gerieflijk, comfortabel

comfortzone veilig terrein, bekend gebied overdr.
comfy
gerieflijk, comfortabel

comic 1 beeldverhaal, strip(verhaal); 2 stripfiguur Zie ook strip.
coming, is ~ is in aantocht, komt eraan, is op komst
coming man iemand in opkomst, rijzende ster, aankomend … bv. bestuurder
coming-of-age volwassenwordings- §, op weg naar volwassenheid §
coming-out
1 debuut; 2 openlijke verklaring; 3 openlijke verklaring, uit de kast komen z.nw. betr. seksuele geaardheid; 4 zich voorstellen z.nw.

comma seperated format ict kommaopmaak Hierin worden alle velden van een rij achter elkaar gezet, gescheiden door komma’s. Wanneer een veld zelf een komma bevat, worden er aanhalingstekens omheen gezet.
comment commentaar, opmerking(en), reactie
commercial b.nw. handels-, zakelijk, commercieel
commercial z.nw. rtv-reclame(boodschap), radioreclame(boodschap), televisiereclame(boodschap), ~advertentie°
commercial banking 1 zakelijk bankieren; 2 zakenbankwezen Zie ook banking, commercial.
commercial break
(onderbreking voor) reclame tv Zie ook break, commercial.

commercial finance zakelijke financiële dienstverlening Zie ook commercial, finance.
commercie handel
commercieel 1 zakelijk, in zakelijk opzicht; 2 handels-, handelsgericht, marktgericht
commerciële wijk zakenwijk
coming soon
binnenkort; binnenkort in dit theater, binnenkort leverbaar e.d.

commitment 1 inzet, betrokkenheid; 2 verplichting, toezegging
committen, zich zich verplichten tot, zich verbinden aan, {zich committeren aan}
committeren aan, zich zich verplichten tot, zich uitspreken over
common rail 1 centrale buis, (hogedruk)pompverstuiver; 2 hogedrukdiesel(motor) autotechniek
common ground gezamenlijk uitgangspunt
common sense
gezond verstand

communication(s) (tele)communicatie
communication consultant communicatieadviseur Zie ook consultant.
communiceren ov. 1 uitdragen, uitstralen; 2 (iets) mededelen, op de hoogte stellen (van iets) N.B. Communiceren” kan alleen onovergankelijk zijn.
community 1 gemeenschap, samenleving; 2 leefomgeving sociaal, gemeenschap, samenleving; 3 ict gemeenschap; groep, nieuwsgroep, kring
– global community wereldgemeenschap, mondiale samenleving Zie ook global.
community art
gemeenschapskunst, publiekskunst

community center gemeenschapscentrum, centrum voor jeugd en gezin
community involvement
gemeenschapszin

compactcar compacte auto, auto in de compacte klasse
compact case doosje
company onderneming, maatschappij, {compagnie}
company message bedrijfsboodschap, slagzin
compatibility vooral ict 1 uitwisselbaarheid, compatibiliteit; 2 verenigbaarheid, combineerbaarheid, te combineren §
compatible
vooral ict 1 uitwisselbaar, compatibel; 2 verenigbaar, combineerbaar

compactdisk 1 laserschijf(je)°, optische schijf°; dataschijf; informatieschijf(je); muziekschijf(je)°, (muziek)plaat(je)° = c.; 2 compactdiskspeler, (muziek)schijvenspeler°, (muziek)platenspeler, plaatspeler° Zie ook cd.
compactdiskdriver compactdisklezer, compactdiskspeler
compactdiskwriter, ~rewriter cd-brander Zie ook cd.
company onderneming, maatschappij
company car 1 wagen van de zaak, dienstauto; 2 zakenauto
company jet 1 bedrijfsvliegtuig; 2 zakenvliegtuig
competence vaardigheden, competentie
competent [kompíetǝnt] vaardig, competent
compiler ict vertaalprogramma
complementair aanvullend
compliance behandelingstrouw, therapietrouw
◊complicatie verwikkeling
– ◊gecompliceerd
ingewikkeld
compound
1 (verwerkingsklaar) kunststofmengsel; samenstelling; 2 kamp mil.

comprimeren 1 samenpersen, samendrukken; 2 ict ineenschuiven
computer ict 1 rekentuig, rekenaar, gegevensverwerker, gegevensbewerker, gegevenstoestel, dataverwerker [data-], databewerker [data], {berekentuig, berekenaar, taluw°, geteller°, gegevensverwerker, gegevenstoestel, dataverwerker}; 2 rekeneenheid; regeleenheid; besturingseenheid in een apparaat.
    N.B. Taluw en geteller zijn taalkundig verantwoorde nieuwvormingen, ontleend aan de Webstek voor Taalverrijking  (http://internettrash.com/users/taalverrijking/raamwerk.html). Op het ogenblik zullen waarschijnlijk alleen gegevensverwerker en rekenaar worden herkend als vervangers voor „computer”.
    Andere mogelijke of aangetroffen vervangers die o.i. minder of geen kans op invoering hebben, zijn: gegevensmachine°, gegevensbewerker°, dataverwerker, datamachine°, gegevensmolen°, databewerker°, datamolen°, verwerker°, tekstverwerker, rekenmachine, e-brein°, kunstbrein, elektronisch brein, geheugenmachine.

computer aided design, C.A.D.
ict ontwerpen met computerondersteuning, O.C.O., ontwerpen met behulp van de computer, {computerondersteund ontwerpen} Zie ook computer.

computer-assisted translation, C.A.T. ict vertaling met computerondersteuning, {computerondersteunde vertaling} Zie ook computer.
computerbusiness computerhandel, computerwereld Zie ook computer.
computer case computertas Zie ook case, computer
computeren rekentuigen, rekenaren, met het rekentuig werken, (e-)breinen Zie ook computer.
computergame ict computerspel(letje) Zie ook computer.
computergestuurd elektronisch geregeld / bestuurd, door een computer bestuurd Zie ook computer.
computergraphics ict vervaardiging en verwerking van grafieken Zie ook computer, graphics.
computernetwork ict (computer)netwerk Zie ook computer.
computerserver ict netwerkcomputer, netcomputer Zie ook computer.
computertablet ict muispenblad, muispen Zie ook computer.
computerterminal ict werkstation Zie ook computer, terminal.
computing ict computergebruik Zie ook computer.
concept [kónsǝpt] idee, (basis)ontwerp, concept [konsépt]
conceptcar [kónsǝpt-] conceptauto [konsépt-], conceptmodel; ideeënauto, ~wagen, ~model
concern 1 ondernemingsgroep, combinatieonderneming, groep; 2 bedrijf, bedrijfs… overheid, instellingen zonder winstoogmerk
concert [kónsǝrt] concert [konsèrt], (muziek)uitvoering
in concert [kónsǝrt] optreden(:), … treedt op, concert [konsèrt], {in concert [konsèrt]}
concessie 1 toegeving; 2 uitbaatvergunning, winvergunning
concluderen gevolgtrekking maken, besluiten, tot de slotsom komen
conclusie gevolgtrekking, slotsom, besluit
conditie 1 voorwaarde; 2 voorwaarde, omstandigheid, toestand, situatie
condition 1 voorwaarde, conditie; 2 omstandigheid, toestand, situatie, conditie
conditioner crèmespoeling, {verbetermiddel, verbeteraar vooral kapsels}, {kapmiddel} Zie ook crème.
condoleance deelneming
condoleren deelneming betuigen
condoom overtreksel
confectionary 1 banketbakkerij; 2 gebak, suikerwerk
conf Zie conference 2.
conference 1 conferentie, vergadering, bespreking; 2 symposium; synode; 3 ruggespraak telefonie

conference call telefonische vergadering; vergaderbellen°
conferencing 1 vergaderen, confereren; 2 vergadering, conferentie
confessie belijdenis
confessioneel belijdend
confidential vertrouwelijk
confidentiality vertrouwelijkheid
confidentieel vertrouwelijk
conflict of interest belangenverstrengeling, belangentegenstelling, botsing van belangen
conform overeenkomstig, in overeenstemming met
confused in verwarring, verward, beduusd
confusing
verwarrend

congress congres, vergadering, bijeenkomst
congreshopper congresloper Zie ook hopper.
connectedness (sociale) verbondenheid
connecten contact hebben
connectie verbinding, verband

connection ict verbinding, aansluiting
connector stekker, steker, verbindingsstekker
consensus overeenstemming
consequent daaruit volgend
consequentie gevolg

conservatief behoudsgezind, behoudend
conservatisme behoudendheid, behoudsgezindheid, behoudzucht
constateren vaststellen
constatering vaststelling
consulent raadgever, adviseur
conspiracy theory samenzweringstheorie
consultancy
1 raadgeving, advisering; 2 adviespraktijk, raadgevend bureau

consultant raadgever, adviseur, consulent
consulteren raadplegen, om advies vragen
consulting advisering
consumer consument, (particuliere) gebruiker, verbruiker, klant
consumer goods consumptiegoederen, verbruiksgoederen
consumer intelligence gebruikersonderzoek; kijkersonderzoek
consumer test
gebruikersonderzoek/test, consumentenonderzoek/test
consumptie gebruik, verbruik

contacten contact opnemen met, in contact komen met, zich in verbinding stellen met; benaderen, opzoeken, opbellen, raadplegen enz.
contacteren
contact opnemen met, in contact komen met, zich in verbinding stellen met; benaderen, opzoeken, opbellen, raadplegen enz.
container
vat: 1 vat, ton; 2 doos, bak, rek; 3 laadkist; laadbak; 4 afvalbak, vuilnisvat, vuilnisbak; 5 (diep)vrieskist, (diep)vrieskast; 6 woonlaadkist, werklaadkist, keet

naaldencontainer naaldenton(netje)
rolcontainer rolton, wielton, ~kist, ~krat
containerbegrip verzamelbegrip Zie ook container.
containerbox 1 bak- / afvalbak- / doos- enz. -houder; 2 omdoos
containment
indamming, insluiting, inkapseling, beheersing van een conflict; politicologie; insluiting, omhulling techniek

content b.nw. [kontènt] tevreden
content z.nw. [kóntǝnt] 1 inhoud, vulling; kopij, tekst, materiaal; tekstmateriaal, artikel ook ict; 2 inhoudelijk werk
contentmanagement ict inhoudsbeheer Zie ook content management.
content manager ict inhoudsbeheerder Zie ook content, manager.
contest wedstrijd, concours
contingency contingent, eventualiteit, gebeurlijkheid Belg., onvoorziene gebeurtenis, onvoorziene uitgave
continu voortdurend, doorlopend, voortgaand, bij voortduring
continuing story vervolgverhaal, feuilleton, verhaal in afleveringen
continuïteit voortgang
continuous partial attention voortdurend / continu verdeelde aandacht soc. wet.
contract overeenkomst
contractor aannemer
contributors ict bijdragen: §, met bijdragen van: §
control 1 controle; 2 bewaking; 3 beheersing, macht; 4 besturing; 5 besturingsknop, bedieningsknop, knop
in control 1 ~ zijn de leiding hebben; 2 beheersen, in de hand hebben; 3 beheerst worden of zijn;beheerst Zie ook controle.
onder controle blijven overzicht houden Wel: „onder controle blijven” bij een arts e.d.
out of control uit de hand gelopen, ongecontroleerd Zie ook controle.

controle 1 beheersing, greep, vat; 2 macht, zeggenschap, besturing
– controle hebben over beheersen, greep hebben op, vat hebben op
– onder controle hebben beheersen, greep hebben op, vat hebben op, in de hand hebben
– zich onder controle krijgen zich beheersen, zijn beheersing terugvinden soms §
controler 1 controlefunctionaris, medewerker controle, bedrijfseconomisch adviseur; 2 regelaar, schakeltoestel; 3 speelstuur° ict-spel; 4 (lucht)verkeersleider
controlerorgaan bedieningsinstrument, bedieningsknop, bedieningsorgaan
controleren1 nagaan, nazien; 2 beheersen, greep hebben op, vat hebben op, in de hand hebben; 3 de macht hebben over, beheersen, besturen
zijn e-mail controleren 1 kijken of hij netpost heeft; 2 zijn netpost bekijken, lezen Zie ook e-mail.
controleur naziener
control freak beheerszuchtige, beheersingzuchtige, ~fanaat, iemand die overal greep op wil houden § Zie ook control, freak.
control room controlekamer: vluchtleidingscentrum luchtvaart; schakelkamer spoorwegen; regelkamer, regiekamer radio, tv
convenience
gemak, gemaks-

convenience store dag- en avondwinkel
convenient
gemaks-

convenenience food kant-en-klaargerechten, gemaksvoedsel
conversation piece gespreksonderwerp
conversie omzetting ook ict
converter 1 omzetter, omvormer; 2 omrekenapparaat, ~toestel; 3  omrekentabel e.d.4 inktreservoir vulpen
converteren omzetten, overzetten vooral ict
convertible b.nw. omzetbaar, converteerbaar, uitwisselbaar, convertibel
convertible z.nw. cabriolet, open auto, auto met vouwkap
conveyor transportbuis industrie
cook kook-, keuken-
cooker koker
cookie 1 koekje; 2 ict herkenningsbestand°, kenmerkbestand°
cooking 1 kook-, keuken-; 2 koken z.nw.
cooking shop / cookshop kookwinkel
cool 1 koel; 2 gaaf, {tof, vet, vet gaaf} jt.
cooler koeler
cooling disk gekoelde (rem)schijf
cooling-down 1 (spier)afkoeling, (spieren) afkoelen z.nw.; 2 afkoelingsoefeningen (doen)
cooling-off afkoeling, afkoelingsoefeningen
cooling system koelsysteem, koeling
cop smeris
copier kopieerapparaat
coping omgaan met, verwerking
copingstrategie verwerkingsstrategie, overlevingsstrategie; aanpak, wijze van aanpakken, wijze van omgaan, aanpakstategie, omgangstrategie
coping system systeem van aanpak, wijze van aanpak, aanpak, (aanpak)strategie Zie ook coping, copingstrategie, system.
copy 1 kopie, afdruk; 2 kopij, tekst; 3 exemplaar, nummer, afdruk; 4 tekst(gedeelte) in een advertentie
copycat 1 na-aper, navolger; 2 afkijker, spieker
copy director hoofd tekstafdeling
copy and paste ict knippen en plakken
copy-paste
ict kopieer en plak
copyright auteursrecht

copyright-notice auteursrechtbepaling, auteursrechtwaarschuwing
copywriter tekstschrijver, reclameschrijver
copywriting, copy writing tekstschrijven, reclameteksten schrijven z.nw., reclameschrijven z.nw.
cordless snoerloos, zonder snoer
corduroy fijn ribfluweel, ribbelfluweel°, koordmanchester
core business kernactivitelt, hoofdactiviteit
core catcher reactorkernopvanger betr. kernreactor, techniek
corner 1 hoek, -hoek; 2 hoekschop
corner brake control bochtremregeling, bochtrembesturing autotechniek
cornflakes ontbijtvlokken, maisvlokken
coronary-care-unit (afdeling) hartbewaking
corporate bedrijfs-, ondernemings-
corporate informatie bedrijfsinformatie, informatie over het bedrijf
corporate governance ondernemingsbestuur, bestuur van de onderneming
corporate identity bedrijfsidentiteit, bedrijfseigen, bedrijfsimago, bedrijfsbeeld
corporate loans bedrijfskredieten
correctie verbetering, rechtzetting, herstel
correlatie samenhang, verband
correspondentie briefwisseling
corresponderen 1 brieven uitwisselen, schrijven; 2 overeenkomen, passen
corridor luchtvaartroute, luchtvaartweg, {(lucht)corridor}
cost kost(en); uitgave; prijs
cosy gezellig, knus
cottage vakantiehuisje
cottage industry huisindustrie
cotton katoen, graslinnen
coughing hoesten, kuchen z.nw.
council raad, bestuur, (advies)college
counselen adviseren, helpen, begeleiden agogisch
counsel(l)ing (agogische) raadgeving, (agogische) advisering; (agogische) hulpverlening, (agogische) begeleiding
counsel(l)or (agogisch) raadgever, (agogisch) adviseur, (agogisch) begeleider
countdown aftellen z.nw., aftelling
counter 1 toonbank, balie; 2 ict teller
counter culture tegencultuur
counteren 1 ertegen inbrengen; 2 compenseren
counterfactual thinking onfeitelijk redeneren, tegen de feiten in redeneren; had-ik-maar-nietredenering psych.
country code top-level domain (ccTLD) ict landcodetopdomein
country-of-origin land van herkomst
count your blessings tel uw zegeningen
couple (echt)paar
mixed couple gemengd paar, gemengd stel, gemengd huwelijk §
coupon bon, waardestrook°
courant b.nw. gangbaar
course leergang, cursus, curriculum
course module cursusmodule, module    
courtesy hoffelijkheid, beleefdheid
courtesy, by ~of
met toestemming van, welwillend ter beschikking gesteld door

court TV rechtbanktelevisie
coûte que coûte
koste wat kost, hoe dan ook, in elk geval

cover 1 omslag; kaft; band; 2 stofomslag; 3 deksel, afdekplaat(je); 4 heruitvoering, hervertolking; vertolking; 5 dekmantel; 6 vervangingsloopvlak; 7 overrok
coverband heruitvoeringsband Zie ook cover.
coveren 1 bestrijken, beslaan; 2 afdekken, bedekken; 3 behandelen, verslaan; 4 heruitvoeren, hervertolken; bewerken; opgenomen hebben; 5 van (vervangings)loopvlak voorzien; verzolen; 6 wegwerken, camoufleren, bijwerken, retoucheren plastische chirurgie
coverset dekbedovertrekstel
coverstory
omslagartikel, omslagverhaal, voorpaginaverhaal

cover-up dekmantel
cowboy (Amerikaanse) veedrijver Zie ook boy.

c.p.u. ict centrale verwerkingseenheid
crabstick krabstaafje
crack uitblinker, kei sport
cracker bladerdeegbiscuit, (bladerdeeg)droogkoekje°
craddle-to-craddle, C2C van wieg tot wieg, hergebruik(productie(methode))
craddle-to-craddelprincipe, C2C-principe
hergebruikprincipe, van-wieg-tot-wiegprincipe

cranberry veenbes

crash 1 ongeluk; ramp; 2 botsing, bots-, neerstorten z.nw., val; 3 ict (geheel) vastlopen z.nw. §, in(een)storting, vastloping° ; 4 beursval
crash site rampterrein Zie ook site.
– de Schipholcrash het ongeluk / de ramp / het neerstorten van een vliegtuig op Schiphol „Schipholcrash” duidt een bepaald soort ongeluk aan.
crashen
onov. 1 botsen, neerstorten, vallen, verongelukken; 2 ict (geheel) vastlopen; in(een)storten, kapot gaan; 3 ineenstorten beurs; 4 instorten bv. sociaal systeem, denksysteem; 5 hangen, (rond)hangen jt.
crashen ov. doen botsen, aan een botsproef onderwerpen
crashkar
spoed(gevallen)wagen, noodwagen , ~kar ziekenhuizen

crashtender bluskanon Zie ook crash.
crashtest botsproef
crazy gek, dwaas
cream room
à la crème met roomsaus, room-
creamcracker (room)bladerdeegbiscuit, (room)(bladerdeeg)droogkoekje°

creamer (room)melkpoeder, koffiemelkpoeder
creamy smeuïg, romig
creative class scheppende klasse, creatieve klasse, artistieke klasse
creative producer artistiek leider, artistieke leiding §
creative writing creatief schrijven
crèche kinderdagverblijf

credible geloofwaardig
credit
1 (studie)punt; 2 positief punt, krediet; voordeel; 3 krediet boekhouding

credits op naam staan §, rechten Bv. de credits van dit nummer zijn van X.”. Eng.credits” = titelrol”.
creditcard kredietkaart Niet: betaalkaart. Betaalkaart” is een verzamelnaam voor kredietkaart (creditcard), betaalpas (bank- en giropas) en muntkaart (chipkaart, chipknip, chipper).
creditmanagement crediteurenbeheer Zie ook management.
creditmanager crediteurenbeheerder Zie ook manager.
creditpoint studiepunt
creditrating kredietrapport, kredietaxatie
creep griezel, engerd, slijmerd
creepy griezelig, eng
crème 1 room; 2 roomzalf; 3 smeersel
crème fraîche zure slagroom
crew 1 bemanning, ploeg, manschappen, personeel, dienst bv. op rug van werkkleding; 2 filmploeg, opnameploeg, tv-ploeg, technici, ploeg; op lijsten ook: opname:, techniek: film e.d.; 3 groep, bent, bende bv. dansgroep.
crew cut stekeltjes(haar), borstelkop
crime 1 misdaad; 2 misdaadgenre lit., film; 3 misdaadfilm
– perfect crime
volmaakte misdaad Zie ook perfect.
crime fighter
misdaadbestrijder

crime scene plaats van de misdaad, plaats (van het) delict, locus delicti
crispfunctie
knapperfunctie, krokantstand oven e.d.

crispplaat knapperplaat onderdeel van sommige ovens
crispsla knispersla, knappersla
crispy knapperig, krokant
criterium maatstaf
crisscross haltergewijs
croonen neuriezingen
crooner neuriezanger(es)
cross veldrit; terrein(wed)ren, terreinwedstrijd, terreinauto/motor-ren

cross-border grensoverschrijdend
cross-country veldrit
cross-culture intercultureel
crossen terrein(wed)rennen, terreinmotorrennen, terreinautorennen
cross-flow kruisstroom, dwarsstroom autotechniek
cross media intermediaal, intermedia-, gecombineerde media
crossover 1 (ongelijkvloerse) kruising, viaduct; 2 kruising biologie; 3 kruising, dwarsverbinding overdr., muziek; meng- bv.
mengmuziek”; 4 mengmodel, hybride(model), tussenmodel autotechniek; 5 kruisband bv. tas
crosstabs kruistabel
crosswagon terreincombi(natiewagen) Zie ook wagon.
crowd control, crowdcontrol 1 menigtebeheersing, massabeheersing, het in goede banen leiden van menigten; 2 massabeïnvloeding
crowd management, crowdmanagement menigtebeheersingsvoorbereiding, het opzetten van een plan voor menigtebeheersing
crowden
bij elkaar kruipen, op een kluitje gaan staan

crowd funding, crowdfunding publieksfinanciering
crowding
overbevolkingsgevoel, massaliteitsgevoel

crusade kruistocht Ook overdr.
crusader kruisvaarder Ook overdr.
cruise rondreis per schip, rondvaart
cruise control kruissnelheidsautomaat, (automatische) snelheidsregelaar; (automatische) (kruis)snelheidsregeling
cruisen 1 rondreizen, een luxe rondreis maken, een luxe wereldreis maken; 2 kruisen, een kruissnelheid hebben; 3 koersen / koers zetten naar, rijden; 4 banen, op (mannen)jacht zijn, kruisen
cruiseterminal toeristenhavengebouw
crumb, mv. ook crums kruim, kruimel
crumble 1 kruimelgebak, kruimeltaart; 2 kruimeldeeg
crunch(y)
krokant, knapperend, knapperig, knisperend

crunch knapper-, knapperend, krokant §
cry for help noodkreet
crystal clear kristalhelder, helder, kristallen
cube kubus
cuddle lifeguard knuffelopzichter, knuffelwacht op knuffelfeestjes
cuddle party knuffelfeestje
cue wachtwoord, claus, wenk podiumkunst
cult verering, rage, exclusiviteits-
cultural creatives nieuwe culturelen, cultureel creatieven
cup
1 beker, mok, kop; 2 kuip(je), bakje; 3 beker prijs sportwedstrijden e.d.; 4 ronding, kom bh.
cupcake cakeje
cupholder
bekerhouder

cupmatch bekerwedstrijd
curator conservator museum Wel in de betekenissen „beheerder”, „lid van een raad van toezicht” en (mv. ook) „commissie van beheer”.
curatorship curatorschap

curd 1 wrongel; 2 stremsel, gelei
cure behandeling
curfew avondklok
curl krul
curly krullend
currency zone muntgebied, valutagebied, ~zone
curry 1 kerrie; 2 kerrieschotel; 3 kerriesoort; 4 kerriesaus
cursor ict invoegpunt, muisaanwijzer
◊cursus leergang, curriculum
curtain-airbag
veiligheidsgordijn, gordijn(opvang-, bots-, auto)ballon, ~airbag, zijruit~ autotechniek Zie ook airbag.

customization personalisering, aanpassen aan uw/zijn (persoonlijke) verlangens
custom made
1 op maat gemaakt/gebouwd; 2 op bestelling gemaakt/gebouwd

customer klant, consument, gebruiker
customer base klantenbestand
customer care service klantenservice
customer contact center klantendienst, (klanten-, gebruikers)ondersteuning, klantenservice
customer loyalty 1 klantentrouw; 2 klantenbinding
customer media consumentenmedia Zie ook customer.
customerservice(s)
klantendienst, (klanten-, gebruikers)ondersteuning, ~service, dienstverlening

customized gebruikt; versteld inz. kleding
customizen verstellen als kledngstijl
customs douane
cut!
stop!, knip! bij filmopnames e.d.

cute lief, schattig
cutie mooie meid/jongen
cyberattack ict cyberaanval [sie-], (inter)netaanval
cybercar automatische wagen, ~ auto, cyberwagen, ~auto [sie-]
cybercoaching les/instructie computer/internetgebruik, les/instructie elektronische media Zie ook coaching.
cybercrime ict cybermisdaad [sie-], (inter)netmisdaad, computermisdaad Zie ook computer.
cyberjunk internetverslaafde
cyberspace ict cyberruimte°, cybernetische ruimte, cybernetisch veld [sie-]
cycle fiets, rijwiel
cycletour fietstocht
cycling fietsen z.nw.; fietssport
cyclocross veldrijden Zie ook cross, cycle.



Naar beginpagina Woordenlijst

NAAR OPENINGSPAGINA