Woordenlijst Evenwaardig Nederlands
B
b2b
z.m.°, zakelijke markt, zakenmarkt
Zie ook
b.t.b.
,
business to business.
babe
lieveling; spetter, stuk
babies
baby’s
Zie ook
baby.
baby
◊
1
zuigeling, boreling; peuter, klein kind;
2
schatje
babybell
stadstelefoondienst, regiotelefoondienst, ~maatschappij
Plaatselijke telefoonmaatschappij in de V.S.
Zie ook
baby.
baby blues
kraamvrouwentranen, kraamtranen
Zie ook
baby.
babyboom
geboortegolf
Zie ook
baby
,
boom.
babyboomer
iemand van / uit de geboortegolf, geboortegolfer°
Zie ook
baby.
babybouncer
Zie
bouncer.
babycare, baby care
babyverzorging, kinderverzorging
Zie ook
baby.
babyleaf
jongebladsla°, jongbladsla°, peutersla°
Zie ook
baby.
baby lover
1
valse minnaar, valse liefde, pseudominnaar
crim.
;
2
jonge minnaar
Zie ook
baby.
babyroom
(baby)verschoonkamer, babyverzorgingskamer
Zie ook
baby.
◊
babysit
(baby-, kinder)oppas
Zie ook
baby.
◊
babysitten
oppassen
Zie ook
baby.
babyshower
zwangerschapsfeestje, babyfeestje
Zie ook
baby.
bacchelor
1
gezel;
2
baccalaureus, gezel, kandidaat, baccalaureus academische graad;
3
vrijgezel
Bachelor/Master structure
bachelor-masterstelstel, bachelor-masterstructuur
Zie ook
bacchelor.
Bachelor/Master system
bachelor-masterstelstel, bachelor-masterstructuur
Zie ook
bacchelor.
Bachelor’s degree
1
bacchelordiploma, baccalaureaat;
2
baccalaureaatstitel, gezellengraad, kandidaats, bacchelortitel, bacchelorgraad
Zie ook
bacchelor.
Bachelor's degree programme
1
bachelorfase, kandidaatsfase, gezellenfase;
2
baccheloropleiding
Zie ook
bacchelor.
bachelor party
vrijgezellenfeest
Zie ook
bachelor, party.
back
b.nw./bw.
1
terug(-);
2 ict
terug
Knop op webpagina.
◊
back
z.nw.
achterspeler, achterhoedespeler, verdediger
backbencher
achterzitter°, … achteraan
§
backbutton
ict
terugknop
op webpagina, om naar de vorige pagina te gaan
backcover
achterkant, achterzijde achterplat
Zie ook
cover.
backdoor
ict
achteringang, achterdeur
backfill
1
vervanging;
2
nieuwe informatie
in radioprogramma, het normale programma doorkruisend
background
achtergrond
–
colored background
gekleurde achtergrond
◊
backhand
achterhand tennis, badminton
backing
1
ondersteuning;
2
achtergrondzang; ondersteuning
backing
vocals
Zie
vocals.
backlash
tegenstroom, verzet , reactie
backlight
ict b.nw.
met achterverlichting, van achter verlicht, met schermverlichting, van binnenuit verlicht
backlight
ict z.nw.
achterverlichter°, scherm met achterverlichting, van achter verlicht scherm, van binnenuit verlicht scherm
backlit
ict b.nw.
Zie
backlight
b.nw.
backlit
ict z.nw.
Zie
backlight
z.nw.
backoffice, back office
1
achterkantoor, binnenkantoor, ‘achter’, bureauafdeling;
2
stafdiensten
back on stage
terug op het toneel, weer in opvoering
backorder
1
niet leverbare bestelling, niet leverbaar artikel;
2
nabestelling
backpack
rugzak
backpacker
rugzaktoerist,
trekker
backroom
opvangruimte
bv. bij flesseninnameautomaat
backspace
ict
terugtoets
backslash
achterwaarts deelteken, terugschrap°
Zie ook
slash
,
forward slash
.
backstage
achter het toneel, achter het podium, achter de coulissen, achter de schermen
Zie ook
stage
2
.
–
backstage gaan
achter de coulissen kijken, [achter de schermen kijken]
back to …
terug naar …
–
back to nature
terug naar de natuur, terug naar het organische
–
back to normal
terug naar de gewone gang van zaken, weer normaal
§
back to back
zij aan zij, naast elkaar artikel in tijdschrift
◊
back-up
1 ict
reservekopie, schaduwbestand;
2
ondersteuning, hulp, ondersteuner
back-up-
reserve-
◊
back-uppen
ict
reservekopie maken, schaduwbestand maken, reservekopiëren°
backward
ict
terug
Knop op webpagina.
bad bank
probleembank
bad boy
boef, booswicht, boze man
overdr. Zie ook
boy.
bad cop
slechte smeris, valse smeris
badge
1
speld, insigne; medaille, onderscheidingsteken;
2
naamkaartje, naamspeld, naamplaatje;
3
meldplaatje, identiteitsplaatje, ID-~; pas(je), kaart;
4
merkplaatje, ~plakkertje; typeplaatje, ~plakkertje
badge engineering
merkplaatjesautobouw, ~ontwikkeling
automobilisme
bad guy
slechte, slechterik, boef, booswicht
verhaal, toneelstuk, film etc.
bad hair day
slechte dag, pechdag
bad time
gevaarlijke tijd, risicotijd, 'spitsuur'
bv. betr. crim.
bad timing
Zie
timing.
bag
tas; zak
bag clip
sluitklem, (zakjes)klem
baggagehall
bagagehal
baggy
wijd; als een zak, zakachtig
bv. broek
bake-off
1
afbak-;
2
afbakbrood
of ander product
bakery
bakkerij, bakkerswinkel
bakery supplies
bakkerijbenodigdheden
balance
evenwicht, balans
balanced
evenwichtig, uitgebalanceerd
balance of power
machtsevenwicht
◊
balanceren
in evenwicht brengen; in evenwicht houden
balcony
balkon
ball
1
bal, bol
bv. 'discoball'
;
2
kom
schaatsplanksport
ballad
ballade
ballen, met ~
met lef, met pit in zijn lijf
ballistic missile defense
ruimteschild
ballooncap
bolle pet
ballooning
ballonsport, ballonvaart
◊
ballpoint
bolpen°, kogelpen°, balpen, bolpuntpen°
N.B. ’Balpen’ is waarschijnlijk onder invloed van het letterbeeld van ’ballpoint’.
◊
ballroom dance/~dancing
balzaaldans(en)°, ballroomdans(en)
◊
ballroomdans
balzaaldans°
◊
bal masqué
gemaskerd bal
balsam
balsem
◊
band
(dans)orkest, fanfare, popgroep
◊
bandrecorder
bandopnemer, (band)opnameapparaat, geluidsopnemer, geluidsopnameapparaat
banken
bankieren
banker
bankier
banking
1
bankieren
z.nw.
;
2
bankdiensten, bancaire diensten
bannen
[Eng.]
1
verbieden;
2
verbannen, uitsluiten;
3
verwerpen, afwijzen
banner
ict
reclamewimpel, advertentie, vaandel, netvertentie, tekstwimpel
banner exchange
ict
vaandeluitwisseling, netvertentieuitwisseling
bar
◊
1
toog, schenkbank
Vl.
;
2
café, kroeg, drinkgelegenheid, schenkerij, taveerne;
3
stang, staaf, beugel; staaf, blok, stuk
bv. goud, zeep. Zie ook
rollbar.
barbecue
roosterfeest, roosterpartij, (vlees)braai
barbecuen
roosteren, een roosterfeest houden, een roosterparij houden
barcode
streepjescode
bare
schaars, krap
beursterm
barrier
hek, muur, barrière, dranghek, (beton)blok, blokkade
base
1
bestand, bank;
2
basis
based
gebaseerd op
ook ict
baseball
honkbal
baseball cap
honkbalpet(je)
Zie ook
cap.
basejumper
luchtduiker°
basejumping
luchtduiken°
baseline, baselijn
achterlijn
sport
basement
souterrain, kelder
basher
-vreter
overdr.
basic
b.nw. 1
basaal, elementair, eenvoudig, zuiver;
2
basis-, minimum
–
basic care
basiszorg
basics
z.nw. 1
ondergoed;
2
basiskleding(stukken)
basic trust
basisvertrouwen
basket
mandje, net
basket ball
netbal°
bat
1
vleermuis;
2
knuppel, slaghout; ◊racket
batch
1
serie, partij
betr. productie, bankopdrachten
;
2
groep, troep, roedel
–
batch code
partijcode, verpakkingscode, ~nummer
bathroom
badkamer
bathroom mousse
badkamerschuim, reinigingsschuim
Zie ook
mousse.
battery
batterij
battery pack
accupakket
Zie ook
pack.
battle
strijd, gevecht, kamp
battledress
gevechtspak, gevechtstenue, gevechtskleding
battlegroup
strijdgroep
snel inzetbare militaire eenheid
beach
strand
beachshelter
windscherm
Zie ook
beach.
beach soccer
strandvoetbal
Zie ook
beach.
beachvolleybal
strandvolleybal
Zie ook
beach.
beachwear
strandkleding
Zie ook
beach
,
wear
.
bead
kraal
–
beads
ook
kralen halssnoer, kralenketting
beam
lichtbundel
beambte
ambtenaar
beamen
projecteren
beamer
beeldschermprojector, schermbeeldprojector, multimediaprojector; videoprojector; projector
bean
boon
–
red beans
rode bonen
–
soja beans
sojabonen
bear
beer, teddybeer, speelgoedbeer
beat
ritme, slag, het slaan
bv. van trommels
beauty
1
schoonheid, pracht(-);
2
schoonheidsadviezen
beautycase
schoonheidskoffer, opsmukvalies
beautycontest
schoonheidswedstrijd
beautysalon
schoonheidssalon
bed & breakfast; B&B
logies/ontbijt, bed & boterham; LO, B & B
bedrijvenparc, bedrijvenpark
1
bedrijventerrein;
2
bedrijfsverzamelgebouw, bedrijvengebouw
bedroom
slaapkamer
bedside-
1
bedrand;
2
bed-, aan het bed
§
beepcard
piep(krediet)kaart°
beeper
pieper
beertender
thuistap
Eig. merknaam. Zie ook
tender.
begeesterd
geestdriftig, enthousiast
bekomen (iets)
verkrijgen (iets)
bel
klok
belief
geloof; overtuiging
believer
gelovige, overtuigde, overtuigd
b.nw. §
–
true believer
ware gelovige, echt overtuigd
b.nw. §
bell
klok
bellboy
piccolo
Zie ook
boy.
belt
1
band, gordel;
2
band, strook;
3
(lopende) band
bench
binnen(honden)hok, kamer(honden)hok, ~kooi
benchmark
ijkpunt, vergelijkingswaarde, referentiewaarde
benchmarken
vergelijken, ijken
benchmarking
1
vergelijking, kwaliteitsvergelijking; ijking, het ijken;
2
verbetering door vergelijking, ~ ijking
bedr.k.
benchmarktest
ijktoets, vergelijkende toets
benefit
voordeel
benefit of the doubt
voordeel van de twijfel
beslissingenmaker
beslisser
best buy
beste koop
best of
(de) beste van, …’s beste, de succesvolste
–
best of class
beste in zijn klasse
–
best of both
worlds het beste van twee werelden
best practice
het beste werkend, het best in de praktijk, het beste resultaat
Zie ook
practice.
◊
bestseller
verkoopsucces, kassucces, succesnummer, hardloper, winkelvlieder
bestickering
beplakking, belettering
Bv. van auto’s. Zie ook
sticker.
best value
de beste tegenwaarde, het meeste waar voor zijn geld, rendabelste …
bet
weddenschap
betaalsite
ict
betaalwebstek, betaalstek
betaalterminal
betaalstation
Zie ook
terminal.
between
, in
Zie
in between.
beverage
drank
beyond me
… ontgaat me
§
, gaat mijn pet te boven
§
BHP, brake horse power
rempaardenkracht, rem-pk
Bible belt
rechtzinnigheidsstrook, Bijbelgordel; zwartekousenstrook, zwartekousengordel
bi-fuel
dubbelbrandstof-, tweebrandstof-
autotechniek
big bag
1
transportzak, vervoerszak
Grote afsluitbare plastic zak o.a. gebruikt voor de afvoer van kippenkadavers tijdens de vogelpestepidemie
;
2
(grote) zandzak
Ter versterking van dijken. Zie ook
bag.
big bang
oerknal
big boss
grote baas
Zie ook
boss.
big-box
grote doos, kantoorverpakking
big business
grote handel, grote zaken
Zie ook
business.
big deal
reuzeaanbieding, geweldige / gunstige / ‘vette’ aanbieding
Zie ook
deal.
big hair
groot haar, wijd haar
Zie ook
hair.
big spender
veeluitgever, verkwister; grote verbruiker; iemand die het breed laat hangen
soms §
bike
1
fiets, rijwiel;
2
motorfiets
bike patrol
fietssurveillance
biker
1
fietser;
2
fietsagent, rijwielagent; fietssurveillance;
3
motorrijder
bike shop
fietsenwinkel
billboard
reclamebord; aanplakbord, aanplakstandaard°,
bilingual
tweetalig
bin
1
vuilnisbak, bak;
2
blik, bus
Zie ook
citybin.
bingedrinken
excesdrinken, stootzuipen
bio-based economy
bio-economie°
biocoal
biokolen
energiedrager
bio-energy
[baio-èn∂rdzjie] bio-energie
Zie ook
energy.
biofuel
biobrandstof
bioscience
levenswetenschappen, biowetenschappen; biotechnologie
◊
bioscoop
filmzaal, filmtheater
bird’s eye view
panorama, panoramisch gezicht, in vogelvlucht
bird flight diverter
vogelflap
birth
geboorte
birthmark
moedervlek
◊
biscuit(je)
droogkoek(je)
bitch
feeks, kreng, loeder, rotwijf; tang, trut
bitchy
krengerig
bite
1 (stevige) beet, hap; (beet)gevoel
smaak
; 2 knapperigheid;
3
beet
tandheelk.
black
zwart
blackboard
schoolbord, {krijtbord°}
black box / blackbox
zwarte doos, registratiekastje°, ~doos°
blackhead
zwartekoppenziekte
black hole
zwart gat
black list
ict
adressen die geweerd worden, ‘zwarte lijst’
Zie ook
black
,
list
,
white list.
blackmail
afpersing, chantage
blackmailen
afpersing, chanteren
black-out
1
bewustzijnsuitval, verstandsverduistering;
2
storing, uitval;
3
algemene/totale stroomstoring; 4 duisternis
toneel
; verduistering
van zaal en toneel
black pane
l donker scherm
Bv. in ‘black panel dashboard’. Zie ook
dashboard.
black smoker
zwarte schoorsteen
geologie
black spot
zwarte plek, zwarte vlek,-onheilsplek
black tie
(zwarte) smoking; smoking verplicht; avondkleding; avondkleding verplicht
blade
rijdlemmet°, mesrijdplank°
blame game
zwartepieten
blamen
schuld geven, verwijten, beschuldigen
blank
b.nw.
leeg, blanco, onbeschreven
blank
z.nw.
leegte, leemte, blanco formulier
blank sheet
onbeschreven blad, leeg blad
Zie ook
sheet.
blau, ins ~e hinein
in het wilde weg, in de lucht praten
◊
blazer
sportjasje
bleeder
kapitaalsonttrekker, probleemgeval
overdr.; econ.
blend
mengsel, melange
blended learning
gemengd leren, combinatieleren
Onderwijsmethode waarin afstandsonderwijs, onderwijs via internet en klasikaal onderwijs worden gecombineerd.
blenden
mengen
blender
mengbeker
blessing in disguise
verhulde zegen, geluk bij een ongeluk
blind date
1
afspraak met onbekende, onbekendenafspraak;
2
onbekend afspraakje persoon
Zie oo
k date.
blingbling
opsmuk
blizzard
sneeuwstorm
block
blokkering, blokkade
blockbuster
1
kassucces, kaskraker, knalsucces;
2
vernietigingsbom
blocken
blokkeren
blocker
blokkeerder, blokkade
◊
blocnote
schrijfblok
blog
webdagboek, webjournaal, weblogboek
bloggen
webdagboek / webjournaal / weblogboek schrijven / bijhouden
blogger
webdagboek- / webjournaal- / weblogboekschrijver
bloody shame
schande, grote schande
blook
bloek
Een uit een webdagboek (’blog’) gegroeid boek.
blooper
speelflater, flater, flateropname
film, tv
blow
trek
aan hasj-/marihuanasigaret
, roes-trek°
blowen
1
blazen, droogblazen
kapper bv.
;
2
(hasj/marihuana) roken
blower
1
ventilator,
aanjager,
blazer°;
2
blazer
(bv. ‘bladblazer)’
; 3 (hasj-, marihuana)roker
blow-up
vergroting, uitvergroting, opgeblazen foto
fotografie
blue
blauw
–
out of the blue
uit het niets, uit de lucht gevallen
bv. verschijnen, opkomen
;
plotseling, als een donderslag bij heldere hemel
; in het wilde weg, in de lucht
praten
blue baby
blauwe baby
geneesk.
Zie ook
baby
,
blue
.
blue balls
blauwe ballen
geneesk.
blue jeans
spijkerbroek
blueprint
blauwdruk
blues
droefgeestigheid, droefstemmig
§ Als muziekgenre blijft blues staan.
–
baby blues
kraamvrouwentranen, kraamtranen
geneesk.
◊
blunder
flater, stommiteit, (grove) vergissing, (grove) fout
◊
blunderen
1
flater slaan, stommiteit begaan, (grove) vergissing begaan;
2
flater na flater slaan, stommiteit na stommiteit begaan
blush
blos(je)
B.N.’er
[bie-enn∂r] B.N. [bee-enn∂r], Bekende Nederlander
board
1
raad, bestuur, raad van bestuur;
2
boord;
3
bord, plank, plaat;
4
redactieraad
= ‘editorial board’. Zie ook
on-board.
–
boardroom
bestuurskamer
–
boardspel
bordspel
board case
cabinetas, cabinekoffer
boarden
instappen, aan boord gaan, inschepen
boarding
1
instappen, aan boord gaan, inscheping;
2
rand, schutting, kant
Bv. van toneel, sportvloer.
–
denied boarding
toegangsontzegging
–
denied boarding
compensation (DBC) overboekingsvergoeding
boarding pass
instapkaart
boardroom
directiekamer, bestuurskamer
bobtail
gecoupeerde staart
body
1
lichaam, lijf;
2
lijf(je)
deel van kledingstuk
;
3
camerahuis;
4
basiskoetswerk; koetswerk, carrosserie;
5
stevigheid;
6 =
bodystocking
Zie daar.
–
body-to-body contact
lichaamscontact, lijfelijk contact, lichaamsaanraking
body-art
lichaamskunst, lijfkunst
bodybag
lijkenzak
◊
bodybuilder
beoefenaar van de spiersport,
spiersporter
Zie ook
bodybuilding.
◊
bodybuilding
spiersport
bodycamera
helmcamera
Zie ook
body.
bodycare
lichaamsverzorging
bodycheck
(algehele) medische controle, algeheel lichamelijk onderzoek (a.l.o.)
bodyfashion
ondermode
bodyguard
1
lijfwacht, beveiliger;
2
portier, uitsmijter
bodykit
verfraaiingspakket, opsierpakket
auto’s
bodylanguage
lichaamstaal
bodylotion
verzorgingslotion, huidlotion
[-losjón]
bodymilk
verzorgingsmelk, huid(verzorgings)melk
bodypacker
draagkoerier smokkel
bodypaint
lichaamsverf
bodypainter
lichaamsschilder
bodypainting
1
lichaamsbeschildering, lijfbeschildering;
2
lichaam beschilderen, lichaamschilderen
bodypanel
koetswerkplaat, koetswerkpaneel
bodypiercing
1
spietssierraad, steeksierraad, lijfsierraad;
2
spietsing, doorsteking;
3
het aanbrengen van (een) spietssiera(a)d(en)
Zie ook
piercing.
bodyscan
1
lichaamsonderzoek, lijfonderzoek
beveiliging
;
2
lichaamsaftaster
beveiliging
;
3
maatopname, lichaamsopmeting
kleding
bodyscanner
lichaamsaftaster, lichaamsonderzoeker
beveiliging
body search
lichaamsonderzoek, lijfonderzoek
bodyshape
lichamelijke vorming, conditietraining
Zie ook
training.
◊
bodystocking
onderpakje, broekhemdje, {lichaamskous, lijfkous}
◊
bodywarmer
vestjas°
bohemian
1
bohémien;
2
onconventioneel, alternatief
◊
boiler
warmwatertoestel, warmwaterapparaat, waterverwarmer
boll
balletje
bomb
bom
bomber
1
bommenwerper, bombardeur
vliegtuig
;
2
bommenlegger, bommengooier, bombardier
persoon; mil.
bomberjack
bombardeursjekker, bombardeursjasje
bondage
knevelseks, bindseks, {bondage [-aazje]}
bonnet bashing
motorkaprammen°, ~beuken°
Op een ‘slimme’ motorkap springen teneinde de ingebouwde botsballon te activeren.
◊
boobytrap
valstrikbom, bomval°
boodschappendivider
beurtbalkje
book
boek
bookcrossing
boekcirculatie
bookie
Zie
bookmaker.
booklet
boekje, inlegblad
cd-doosje
bookmaker
wed(denschaps)makelaar, gokmakelaar
bookmark
ict
bladwijzer; voorkeursadres, favoriet
book proposal
opzet voor een boek, samenvatting, synopsis, résumé
bookseller
boekhandelaar, boekverkoper
bookshelf
boekenplank
boom
[boem]
1
hausse
econ.
;
2
explosieve stijging, (hoge) vlucht, bloei, opkomst; golf
Zie ook
babyboom.
boomen
explosief stijgen (van), explosief groeien
booming
explosief stijgend, explosief groeiend, zich snel ontwikkelend
–
is booming
maakt een explosieve ontwikkeling door
boost
1
stoot, duw, versterking, impuls;
2
stimulans;
3
herinneringsinjectie
–
energy boost
energiestoot
boosten
versterken, versnellen
booster
1
versterker, versneller;
2
zit(ting)
verhoger;
3
vastebrandstofraket
boot
laars(je)
bootcamp
oefenkamp
bootie
enkellaars, laarsje
bootlegging
ict
filmroven°
Het maken van illegale en vroegtijdige kopieën van films.
◊
border
bloemenrand in tuin
borderline
1
grens(lijn), scheidingslijn, demarcatie;
2
grenssyndroom
geneesk.
borderliner
randgeval
boring
saai, oersaai
boss
baas
botnet
ict
zombienetwerk
bottlebag
flessentas
Zie ook
bag.
bottleneck
1
flessenhals;
2
knelpunt;
3
flessenhals
verkeer
;
4
flessenhals muziekinstr.
bottombedrag
bodembedrag
bottom line
hoofdkenmerk, basis
bottomliner
sobere
z.nw.
, sober iemand, zuinige
z.nw.
, zuinig iemand
§
bottomtrawl
1
bodemsleepnet;
2
bodemsleep°, bodemsleepsel°
Zie ook
trawl.
bottom-up
omhoog, van beneden af
bouncen
terugstuiten, stuiteren, terugkomen
m.n. ict
bouncer
stuitertuigje, wiptuigje
bouncing
ict
stuitering, stuiteren
z.nw.
, terugkomen
z.nw.
, terugkaatsing
Betr. netpost.
◊
bouquet
1
ruiker, bos;
2
geur, aroma
◊
bowlen
kegelen
bowling
1
kegelspel; het kegelen;
2
kegelbaan, kegelcentrum
bowlingbaan
kegelbaan
bowling center
kegelbaan, kegelcentrum
box
1
doos; bus; kist, krat; koffer;
2
doos, cassettte
bv. boeken, videobanden, cd's, dvd's
;
3 betr. belastingen:
vak, korf
Vl.
;
4
luidsprekerkast, luidsprekers, geluidskast;
5
berging, bergruimte, schuur, garage, stalhok°; ◊
6
kinder-ren°, speelbak;
7
(tekst)kader;
8 ict
vak, hokje
om aan te kruisen op een formulier e.d.
;
9
aard
Bv. ‘Dat zit niet in mijn box’. Zie ook
geluidsbox.
–
disk box
cassette/doos met zes cd’s
Zie ook
cd.
–
dvd-box
dvd-doosje; dvd-cassette
Zie ook
dvd.
box offer
doosaanbieding, speciale aanbieding, verkoop uit de doos
boxspring
matrasbodem; matrasbodembed
boy
1
jongen;
2
bediende;
3
-hulp
in samenst., bv. ‘archiefboy’.
◊
boycot
1
handelsban, handelsuitsluiting;
2
kopersstaking;
3
omgangsban, ban, uitsluiting
boycotten
1
uitsluiten;
2
in de ban doen;
3
wegblijven
brace
1
band; corset
geneesk.
; 2 beugel
tandheelk.
brain
1
hersenen, brein;
2
intellect
–
brains
hersens
overdr.
, brein, intelligentie, intellect
braindrain
intellectvlucht, hersenvlucht, kennisvlucht
brainfingerprint
hersenafdruk, breinafdruk
neurologie
braingym
[-dzim of -gim] hersengymnastiek
brainpark
kennisbedrijventerrein
brains
Zie
brain.
◊
brainstorm
ideeënregen, ideeënstroom, gedachtevorming; ideeënuitwisseling
◊
brainstormen
ideespuien°, ideeën spuien, gedachtenspuien°, gedachten / ideeën ontwikkelen / vormen; ideeën uitwisselen
brainwash
hersenspoeling
brainwashen
hersenspoelen
brainwave
(goede) inval
brake assistent
noodstopbekrachtiging, remkrachtversterker°
brake assist system (B.A.S.)
noodstopbekrachtiging, noodremkrachtversterker°; noodstopbekrachtigingssysteem (NBS)
brake force distribution
remkrachtverdeling
brake horsepower
rempaardenkracht
break
1
pauze, onderbreking;
2
reclame(blok);
3
combi(natiewagen)
breaking news
1
groot nieuws;
2
voorrangsnieuws
branch
afdeling
◊
branche
tak, sector
brand
1
merk;
2
merkengroep
branding
1
merkopbouw, merk opbouwen
z.nw.
;
2
merkreclame, merkaanprijzing, merkverkoop(bevordering), merkpresentatie
brandmanager
brancheleider, groepshoofd
brand shop
merkwinkel
brand-value
merkwaarde
brandy
1
brandewijn;
2
cognac
bread and butter-
doorsnee-
break
1
pauze, onderbreking;
2
reclame(blok);
3
combinatiewagen
break-down
instorting; mankement
–
nervous breakdown
zenuwinzinking
break-downservice
hersteldienst
break-even
rentabiliteitsdrempel, quit(te)
§
, keerpunt
breakfast
ontbijt
break-up
1
opheffing, beëindiging;
2
scheiding, breuk
breezer
gemaksdrankje
alcoholisch drankje; oorspr. merknaam
briefen
1
instrueren, inlichten;
2
laatste instructies geven
briefing
1
instructie(gesprek), instructiebijeenkomst; informatiebijeenkomst;
2
laatste aanwijzingen, laatste instructies
◊
briefpapier
postpapier
brilliant
[Eng.] schitterend, briljant
de Jansen-broer(der)s
de gebroeders Jansen, de broers Jansen
broadband
ict
breedband
broadcaster
omroep, zendgemachtigde
broker
(effecten)makelaar, beursmakelaar
brownout
onderspanning
browsen
ict 1
navigeren;
2
webstruinen°, bladeren, grasduinen, (rond)neuzen
browser
ict navigatieprogramma, internetprogramma, bladerprogramma, webprogramma
brunch
middagontbijt°, ontbijtlunch°, noenontbijt°, ontbijtnoenmaal°
Zie ook
lunch.
brush
borstel, kwast, penseel
brutaal
bruut, meedogenloos, wreed, beestachtig
brutaliteit
bruutheid, meedogenloosheid, wreedheid, beestachtigheid
bsn
Zie
burgerservicenummer.
b.t.b. (business-to-business)
z.m.° (zakelijke
markt, zakenmarkt)
Zie ook
b2b
,
business to business.
bubble
bel, belletje, luchtbel, zeepbel
bubblebad
bellenbad
bubble gum
kauwgom
bucketseat
kuipstoel
Buckley-ball
Buckley-bol
buddy
1
maat, makker, kameraad;
2
hulpmaatje, zorgmaatje;
3
tweepersoonszadel
Afk. van 'buddyseat'.
–
burgerbuddy
burger/kiezersmetgezel / ~raadgever, ~adviseur
buddyseat
tweepersoonszadel
motorfietsen e.d.
budget
1
financiële mogelijkheden, financiën, begroting; werkbegroting;
2
goedkoop, koopjes-
Zie ook
low budget.
–
budget-
lageprijs-, goedkoop
§
buffer
◊
1
stootkussen/-veer/-plaat-/blok;
2 ict
informatieopslag
bug
1 ict
codefout, weeffout;
2
afluistermicrofoon(tje), luistervlo°
Zie ook
millenium bug.
bugbag
luizenhoes, luizenzak, luizentas
Zie ook
bag
,
bug.
buggen
1
een tap plaatsen, een afluistermicrofoon(tje) plaatsen;
2
afluisteren
buggy
b.nw. ict
vol codefouten
◊
buggy
z.nw. 1
(lichte) wandelwagen;
2
(licht) rijtuigje;
3
(kleine) terreinsportauto
bühne
toneel
building
gebouw
built-in
ingebouwd
bulb
1
(bloem)bol;
2
peer, lamp
bulk
1
(scheeps)lading;
2
stortgoed, massagoed;
3
grootste deel, gros
bulkcarrier
stortgoedschip
bulkgoed
stortgoed, massagoed
bulkmail
ict
massa(net)post, ~berichten
bulkmailer
ict
massaverzender
betr. reclame per netpost, plaagpost
bullbar
stierenbuffer°
autotechniek
bulldozer
1
grondschuiver;
2
trekkerschuif
bullet
dikke punt, dikke stip, bolletje
bullish
oplopend, willig beurs
bullshit
1
drek, troep, zooi; rommel, rotzooi; geklets, gelul;
2
uitroep
kletskoek, lulkoek, flauwekul, gelul
Zie ook
shit.
bundling
ict
bundeling, samenbouwen
z.nw.
, integreren
◊
bungalow
1
eenverdiepingsvilla, (vrijstaand) eenverdiepingshuis;
2
vakantiehuisje
bungeejumpen
elastiekspringen
bungeejumper
elastiekspringer
bungeejumping
elastiekspringen
bunkerbuster
bunkerkraker, bunkerverwoester
◊
bureau
1
schrijftafel;
2
kantoor, dienst
burgerbuddy
burger/kiezersmetgezel / ~raadgever, ~adviseur
Zie ook
buddy.
burgerservicenummer
burgernummer, burgerdienstverleningsnummer, persoonsnummer
burn
ww. ict
branden
van cd of dvd.
burner
ict
(cd-, dvd-)brander
burn-out
1
opgebrandheid, (geestelijke, psychische) uitputting, overspannenheid;
2
oververmoeidheid, uitputting van een spier
geneesk.
–
een ~ hebben
opgebrand zijn, overspannen zijn
burst
uitbarsting
comma seperated format
ict
kommaopmaak
Hierin worden alle velden van een rij achter elkaar gezet, gescheiden door komma’s. Wanneer een veld zelf een komma bevat, worden er aanhalingstekens omheen gezet.
comma seperated format
ict
kommaopmaak
Hierin worden alle velden van een rij achter elkaar gezet, gescheiden door komma’s. Wanneer een veld zelf een komma bevat, worden er aanhalingstekens omheen gezet.
comma seperated format
ict
kommaopmaak
Hierin worden alle velden van een rij achter elkaar gezet, gescheiden door komma’s. Wanneer een veld zelf een komma bevat, worden er aanhalingstekens omheen gezet.
buses
mv.
(auto)bussen
bush
woestenij, wildernis, oerwoud
bush meat
oerwoudvlees
business
1
zaak, onderneming; zaken-, zakelijk;
2
zaken, handel, commercie;
3
handel, sector, branche;
4
aangelegenheid, zaak; bezigheid;
5
handelswetenschap & bedrijfskunde
–
a ABC business
een onderneming van ABC
business administration
bedrijfskunde
business angel
beurslieveling
businessapparaat
verkoopafdeling, verkoopapparaat
(it’s) business as usual
1
het gewone werk, routine; 2 alsof er niets gebeurd is /was, de zaken gaan gewoon door
§
business card
visitekaart(je), presentatiekaart
business case
projectbegroting
Zie ook
case.
businessclass
zakenklasse, tweede klasse
businessclub
zakenclub, club van zakenlieden
businesscourse
zakencursus, cursus voor het zakenleven
businesskaart
Zie
business card.
businesslounge
zakenhal, zakenfoyer
Zie ook
lounge.
business man
zakenman; man van (grote) zaken
business opportunity
(zakelijke) kans
business park
bedrijventerrein, bedrijvenwijk°
businesspartner
1
zakenrelatie; 2 zakelijk deelgenoot, zakenpartner, compagnon
Zie ook
partner.
business plaza
zakenplein, financieel plein
Formule van
ABN-Amro.
business school
academie voor bedrijfswetenschappen
business-seats
zakenplaatsen
business solutions
1
antwoorden (op zakelijke problemen);
2
oplossingen (voor zakelijke problemen), bedrijfsoplossingen
Zie ook
solution.
business to business
zakelijke markt
§
, zakenmarkt
§
business to customer
particuliere markt
businessunit
(bedrijfs)afdeling, (bedrijfs)eenheid; deelonderneming
bus stop
1
bushalte;
2
opstapplaats
bv. voor reisbussen
-buster
1
bestrijder;
2
verwoester
busy
bezig; druk bezig; druk
◊
butler
(Engelse) huisknecht
butlertray
butlerdienblad, huisknechtendienblad
butternut
pompoen gele pompoen°
button
1
knop, drukknop;
2 ict
knop op beeldscherm;
3
speld, leuzespeld;
4
drukknop
geneesk., bij stoma
buyer
1
koper;
2
inkoper
–
senior buyer
hoofd inkoop, inkoopchef
buy-out
uitkoop
buzz
1 ict, jt.
sfeer, roep, beeld(vorming), imago;
2
rondzoemreclame, geruchtreclame
buzzen
rondzoemreclame maken, reclamegerucht verspreiden
buzzer
1 ict
zoemer, oproepzoemer°, pieper;
2
reclamerondzoemer, geruchtreclamemaker
by
door; bij, van
bye(-bye)!
dag!, tot ziens!
by far
verreweg
by-line
1
naamsvermelding, auteursvermelding;
2
achterlijn
voetbal
bypass
omleiding; rondweg
by the way
trouwens, tussen haakjes, {á propos}
by-wire
elektronische besturing
autotechniek. Zie ook
drive by/on wire
,
fly by/on wire
.
Naar beginpagina Woordenlijst
NAAR OPENINGSPAGINA