Die
dag bedacht Willem
Biggelaer – Wimpie
voor de enkele intimi die hij had – dat hij tien jaar alleen
woonde. Nog geen maand nadat hun jongste dochter het huis was uitgegaan
had zijn echtgenote aangekondigd dat zij wilde scheiden. Hij was even
geschrokken, maar had snel ingestemd en alle gewenste medewerking
verleend. Eigenlijk voelde hij zich opgelucht dat de nogal
bemoeizuchtige vrouw met wie hij alleen nog de belangstelling voor hun
kinderen deelde, zou vertrekken. Zij waren jong getrouwd, dus ze hadden
beiden nog genoeg mogelijkheden. Toch had hij, in tegenstelling tot
zijn ex-vrouw, geen nieuwe relatie meer gevonden.
Hij schonk zich een nieuw glas bourgogne
in. Wat had hij sindsdien eigenlijk bereikt? Hij woonde in een
behoorlijk huis, een monument in het centrum van Oudenhaven, een klein
rivierstadje. Met de tegenwoordige prijzen zou dat in geval van nood
aardig wat kunnen opbrengen. Hij staarde door het hoge raam naar de
voortjagende wolken, die de zomernamiddag schemerig als een late
herfstmiddag maakten.
En verder? Hij bekeek zichzelf in
gedachten: een onopvallende gescheiden man van middelbare leeftijd met
een beginnend buikje en een weinig indrukwekkende carrière.
Hij had het dan wel gebracht tot hoofd public relations bij een bedrijf
dat door het hele land hondentoiletten inrichtte, exploiteerde en
onderhield, inhoudelijk waren zijn werkzaamheden toch nauwelijks
bevredigend te noemen. Bovendien had hij een hekel aan honden. Nu ja,
het leverde een aardig inkomen op en hij hield genoeg vrije tijd over
voor andere dingen. Niet dat hij zoveel deed: hij hield wat kranten
bij, soms verdiepte hij zich in de geschiedenis van Oudenhaven.
Vandaag was zijn zomervakantie begonnen.
Hij had nog geen idee hoe hij die zou besteden. Natuurlijk zou hij zijn
plan weer kunnen oppakken om de geschiedenis van Oudenhaven in de
zestiende eeuw te beschrijven. Daarmee was hij nooit verder gekomen dan
het verzamelen van materiaal en enkele losse aantekeningen. Hij zou ook
op vakantie kunnen gaan; dat had hij al jaren niet meer gedaan. Sinds
zijn scheiding had hij niet de energie kunnen opbrengen om een reis te
organiseren. Zijn gedachten dwaalden terug naar vroegere vakanties met
zijn echtgenote, daarvóór de zwerftochten als
student. Hij zou dat nu niet meer aandurven.
Hij stond op en liep naar het raam. Er
leek een forse onweersbui op komst. Deze vakantie moest hij zijn
lamlendigheid nu maar eens doorbreken. Al maanden lag er een aantal
antieke boeken onaangeroerd in de boekenkast. Vandaag nog zou hij een
opzet gaan maken voor zijn studie en zou hij beginnen met de
bestudering van de nieuwe aanwinsten.
Zijn gedachten werden onderbroken door
het haperende geluid van de bel. Wat geïrriteerd liep hij naar
de voordeur. Een collecte, voor een organisatie tegen huiselijk geweld
of zoiets.
Meer …
©
Dick van
Zijderveld.
Gepubliceerd
in: Dick van Zijderveld, Late
lente.
Zoetermeer: Free Musketeers, 2009. ISBN 978-90-484-0611-1.
Meer over verhalenbundel Late lente: klik hier.
N.B.
Voor alle verhalen op deze webstek geldt dat iedere gelijkenis met
bestaande personen en situaties alleen op toeval kan berusten.
––––––––––––––––––––––––––––