Meet
& Greet
Niet
zo lang geleden
zag ik in het
voorbijrijden een om een lantaarnpaal
geklemd reclamebord met daarop in grote letters: Meet
&
Greet. Ik dacht onmiddellijk aan de aankondiging van het
optreden
van een artiestenduo dat zichzelf begeleidend met een harmonica ietwat
volkse clichachtige liederen ten gehore zou brengen. Ik
verbaasde me over de namen: Greet was onmiskenbaar een vrouwennaam,
maar Meet? Was het een man of een vrouw? Ik verwachtte een duo van een
man en een vrouw; het moest dus een mannennaam zijn. Waarvan kon Meet dan toch zijn afgeleid? Misschien een
vernederlandsing?
Toen
ik later weer
zon bord
zag staan, las ik eronder iets over vrijblijvende
kennismaking
met werkgevers. Langzaamaan begon mij iets te dagen: het
ging in
het geheel niet om een artistiek optreden, maar om een soort
voorbereidende banenmarkt! In een kennelijk niet aflatend streven
indruk te maken had de organisator van de bijeenkomst weer eens
gegrepen naar het primitieve middel van de Engelse kreet. Het zal wel
aan mij liggen, maar ik vind Kennismaking of Ontmoeting stukken duidelijker. En het geeft me
ook meer
het gevoel dat ik behoor bij een volwaardige taalgemeenschap.
Over
de verengelsing
van het
Nederlands en tal van andere min of meer taalkundige onderwerpen zijn
wij van plan binnenkort te beginnen met een reeks kolommen op de
webstek van Opspraak.
Een extra reden op de stek in de gaten te houden!
Eerder
gepubliceerd in Opspraak
magazine 35,
najaar 2007.
--------------------------
Taalkolom
1
De
avonturen van Meet en Greet (1)
Meet
spreekt een
andere
taal
Meet
is een paar dagen
in de hoofdstad geweest. Vermoeid maar tevreden komt hij thuis. Nog in
de deuropening roept hij opgewekt:
Hallo
Greet, ik ben back home!"
Verheugd
loopt Greet
de keuken binnen. Ze geeft hem een echtelijke knuffel en vraagt:
Meet,
wat
ben je snel terug, ik had je morgen pas verwacht.
Ja,
liefje,
ik heb mijn ding gedaan en ben toen direct huiswaarts
gereisd.
Greets
gezicht
betrok.
Er kwamen tranen in haar ogen.
Nee
toch,
Meet Ben je naar de Walletjes geweest? Haar ogen
fonkelden nu van boosheid.
Welnee,
gek
mens. Hoe kom je
daar nu weer bij? Ik ben zoals ik heb gezegd naar de rommelmarkt
geweest om een oude lijst te zoeken. Je weet, ik ben daar heel goed
in.
Druk
je dan
niet zo grof uit. Toen je binnenkwam had je het ook al, over je bek.
Maar vertel eens, is het gelukt?
Ja,
natuurlijk! Ik zei toch dat ik ervoor zou gaan
Wat,
ga je
weer?
N-ee,
ik zou
me ervoor inspannen. Ik heb een heel mooie gevonden, hij moet alleen
nog gerestaureerd worden. Ik heb hem daarom direct naar die oude
lijstenmaker gebracht.
Is
dat niet
heel duur?
Nee,
een
kwestie van onderhandelen. Dat is echt mijn kopje thee.
Neem
me
niet kwalijk. Wil je een kopje thee? Of liever koffie?
H,
wat? Koffie graag. Wat ik zei,
Koffie?
Goed, maar je vroeg om thee.
Ik zei dus,
handeldrijven zit mij in mijn bloed, we zijn al eeuwenlang een familie
van handelaren. Het hoort bij mijn roots.
Roets?
Waar
heb je het nou weer over? Het lijkt wel of je een andere taal bent gaan
spreken.
Dirk
Heuvelland,
15-2-3008
--------------------------
Spellingshervorming:
half
werk in de jaren dertig
Soms
lijkt half werk een wezenlijk onderdeel van de
Nederlandse
cultuur. In cafs mag je niet meer roken (en wat mij betreft
terecht), maar de invoering wordt nog even uitgesteld. Hard rijden is
slecht voor het milieu, dus mag je op sommige plaatsen wat minder hard
rijden.
Zo
ook met
de spelling. Spelling geeft de gesproken klanken weer; wegens het
ontbreken van de bij het spreken horende mimiek, of gewoon uit
conservatisme, wordt rekening gehouden met de ontstaansgeschiedenis van
de woorden, en met de functie ervan. Dus wijde bestaat naast
weide, en
men schrijft ik word en hij wordt,
naar analogie van ik
leer en hij
leert. Dat dit laatste functioneel is heeft Harry Mulisch
afdoend aangetoond met het voorbeeld dat de titel van zijn boek De verteller verteld
in fonetische spelling zou moeten luiden De verteller vertelt door de
verteller.
Verder
is
het zinvol
om de spelling zo nu en dan wat bij te werken, daar woorden
in de loop der tijd anders worden uitgesproken. De Engelse spelling
illustreert wat er gebeurt als je dat niet doet.
In
de jaren
dertig van de vorige eeuw was men goed op weg met het aanpassen van de
spelling aan het moderne Nederlands, dat van toen, maar ook nog dat van
nu. De taalkundige Kollewijn had toen een groot aantal wijzigingen
voorgesteld, die de spelling aanzienlijk vereenvoudigden en meer voor
de hand liggend maakten. Inderdaad zijn veel van zijn voorstellen al
decennia geleden in de officile
spelling opgenomen.
Zo schrijven we sinds het invoeren van de spelling-Marchant in 1934 het
meervoud van been,
kool en preek niet meer als
beenen, koolen
(kolen bestond ook, maar in een andere betekenis)
en preeken,
maar als benen,
kolen en preken. De meeste
niet gehoorde naamsvalsuitgangen zijn afgeschaft. De loos geworden -sch in woorden als
mensch en visch verdween. In
veel bastaardwoorden werd de ae
vervangen door een e
en de rh
door een r
(ether, ritme). Maar wat was en is er zo bijzonder aan de uitgangen -isch en -lijk,
die al lang de uitspraak niet meer weergeven, dat zij nog steeds worden
geschreven? Kollewijn stelde voor ze te vervangen door het logischer en
duidelijker -ies
en -lik.
Een
ander archasch curiosum is de th.
Waarom is deze
wel vervangen in antropologie
en ritme,
maar niet in ether
en thee,
eveneens woorden die uit andere talen afkomstig zijn? En dan hebben we
het nog niet eens over althans,
thans en thuis.
Veel
van de
ideen van Kollewijn vindt men terug in de voorstellen van de
commissie-Geerts, die in 1990 opdracht kreeg van de Taalunie om de
spelling te moderniseren. Dit voorstel werd in 1994 door de openbare
opinie en vervolgens de politiek zonder enige taalkundige overweging
verworpen. Zijn Nederlanders dan echt zo oerconservatief als het om
spelling gaat? En waarom?
Hieronder
geven we de twee bovenstaande alineas weer in de
spelling-Geerts:
Een
ander archasties curiosum is de th.
Waarom is deze
wel vervangen in antropologie
en ritme,
maar niet in eter
en tee,
eveneens woorden die uit andere talen afkomstig zijn? En dan hebben we
het nog niet eens over altans, tans en tuis.
Veel
van de ideen van Kollewijn vindt men terug in de voorstellen
van
de kommissie-Geerts, die in 1990 opdracht kreeg van de Taalunie om de
spelling te moderniseren. Dit voorstel werd in 1994 door de openbare
opinie en vervolgens de politiek zonder een enkele taalkundige
overweging verworpen. Zijn Nederlanders dan echt zo oerkonservatief als
het om spelling gaat? En waarom?
Toegegeven,
het is misschien even wennen. Maar zou het meisje, dat heerlik ritmies
beweegt op de tonen van de eksotiese muziek nu minder genieten dan het
meisje dat heerlijk ritmisch beweegt op de tonen van de exotische
muziek, nog afgezien van de inmiddels oude dame die zich rhythmisch
beweegt?
Misschien
kunnen u, lezers en ik, zo nu en dan een beetje oefenen. In elk geval
is er over zinvolle vereenvoudiging van de spelling nog veel meer te
zeggen, en ik ben van plan dat in de loop van de tijd ook te doen.
Dirk
Heuvelland,
18-3-2008
--------------------------
Songfestival
Vorige
week konden we
weer
genieten, in elk geval kijken, naar het Eurovisie Songfestival,
tegenwoordig in drie lange afleveringen. Naar ik heb vernomen bestaat
het al een halve eeuw; het heeft het de stormen van de jaren
zestig, en alle daarna volgende golven van bezuiniging en
hedonisme en diverse modes overleefd.
Ik wil het nu
niet hebben over het cultureel, muzikaal en artistiek gehalte van dit
televisiegebeuren, dat hebben anderen ongetwijfeld al uitgebreid en
beter gedaan, en dat zullen ze ook nog wel doen.
En van
de aardige dingen van het Songfestival was altijd dat je liedjes in de
taal van de deelnemende landen hoorde. Elke taal heeft immers zijn
eigen klankkleur en charme; het benadrukte het internationale karakter
van dit feest. Enkele landen, zoals Belgi en Zwitserland,
konden
altijd kiezen in welke taal hun inzending was (meestal werd dat Frans),
en de Ieren beschouwden Engels als hun taal. Verder was het een waaier
van talen, des te interessanter toen steeds meer landen gingen
deelnemen.
Maar helaas! In
de loop van de tijd besloten steeds meer landen dat een Engelstalig
liedje veel internationaler was. Het argument was
dat men
dan beter zou verstaan waarover het lied ging. Wat een onzin! Hebt u
weleens in n keer een liedtekst in uw eigen taal
helemaal kunnen volgen, terwijl er een groot orkest speelde en er een
hele voorstelling (show) om de zanger(es) werd
opgevoerd?
Vroeger kregen de juryleden een vertaling, terwijl de commentator in de
tv-uitzending vertelde waar de tekst over ging. Dat was genoeg om je
een oordeel over het liedje als geheel te kunnen vormen. Het werkte
prima.
Nu waren
vrijwel alle inzendingen op het Songfestival in het Engels. Soms duurde
het even voordat je dat door had door het accent van de zanger(es),
maar dat was dan ook vrijwel de enige couleur locale
dat een tekst meekreeg. Zelfs de Franse inzending kwam niet verder dan
n regel Frans, terwijl de Fransen toch altijd
buitengewoon trots waren op hun taal.
Tja, de globalisering, misschien jammer, maar je komt er
niet
onderuit, zult u misschien denken.
Afgezien
ervan dat het Nederlandse woord mondialisering luidt, is lijkt het mij nu een
typisch
voorbeeld van het verschijnsel dat Stichting Nederlands anglowaan noemt
het in de voortdurende veronderstelling verkeren dat
gebruik
van de Engelse taal alles beter, mooier, interessanter, deskundiger en
wereldwijder maakt. Er lijkt bijna sprake van een cultureel
kolonialisme maar er is geen sprake van onvrijwillge
overheersing. Als men cht wereldwijd wil communiceren, kan
men
gebruik maken van een cht internationale taal: het Esperanto.
Die is ontworpen voor wereldwijd gebruik, zonder dat men zijn eigen
taal daarvoor overboord hoeft te gooien.
Dirk
Heuvelland
30-5-2008
--------------------------
Taalkolom
4
De
avonturen van
Meet en
Greet (2)
Greet
voelt zich wereldburger
Meet
en
Greet zijn al lange
tijd niet meer in de grote stad geweest. Bijna een jaar lang hebben zij
met de harmonica opgetreden door het hele land. In Noord-Oost Groningen
zijn zij geweest en in Zeeuws-Vlaanderen, op Tessel en in Zuid-Limburg,
in cafs, dorpshuizen en lege stallen, waarin vaak nog de
mestlucht hing. Zij hebben daar best aardig mee verdiend, zodat Meet nu
een winkeltje in nostalgische spullen is kunnen beginnen. Vandaag
hebben zij een dagje vrij genomen om eens gezellig te winkelen.
Ze zetten hun busje
neer op de
bekende parkeerplaats in de buitenwijk en sluiten hem zorgvuldig af.
Bij de poort van het winkelcentrum zien ze dat Grootwinkelcentrum
Vechtzicht nu Shopping
Center Vechtzicht
heet. Vol verwachting lopen zij naar binnen.
Op veel etalages zijn plakkaten met sale geplakt.
Wat zijn
er hier tegenwoordig veel zalen te huur, Meet, zegt Greet
verbaasd. Ik dacht trouwens dat het er een n
achter moest staan in de nieuwe spelling.
Nee,
Greet, dat zijn geen zalen. Je moet zeggen seels.
Dat is
Engels voor koopjes.
Meet trekt een
gewichtig gezicht.
Hij kent het allemaal. Greet krijgt een beetje een vakantiegevoel, ze
begrijpt zoveel teksten verkeerd. Meet vindt het helemaal niet erg om
het aan haar uit te leggen. En zij leert snel. Ze weet nu dat shop (je moet zeggen sjop) een winkel is en dat sales (seels) opruiming of uitverkoop
betekent.
Soms ontstaat er een misverstand. Zoals wanneer ze een mooie nieuwe pet
voor Meet wil gaan kopen. In de pet shop verkopen ze alleen maar
spullen voor huisdieren.
Waar ga je nu heen, Greet? Je weet toch dat ik geen hond in
huis wil?
Greet wil ook naar de kapper. Het duurt even voordat ze erachter kwamen
dat achter de lichtbak met Hair en
care een
kapperszaak zit.
Echt lastig is
het in de kledingwinkel. Meet en Greet willen zich in het nieuw steken
voor de officile opening van hun winkeltje. Maar ook Meets
talenkennis is niet voldoende om te achterhalen wat een shirt set, regular
fit, boot cut (Greet bloosde even), zip fly, pre-sale (grote
voorkamer schoot het door Meets hoofd) en selected
items
zijn. En de winkelbediendes zijn druk bezig. Ze besluiten maar gewoon
een stapel kleren van de rekken te halen en die in de paskamer
ouderwets te passen. De mededeling We
dont steal. All articles are cisibly en invisibly protected, die in het gangetje voor de
pashokjes hangt, negeren ze maar.
Uiteindelijk
verlaten ze de winkel met een keurig pak voor Meet en een schattig
mantelpakje voor Greet. Dan blijft Greet staan voor een winkelraam.
O, Meet,
kijk eens wat leuk! Daar verkopen ze boxen. Misschien is dat leuk voor
kleine Jantje van tante Mien!
Nee, Greet, daar staat box offer. Dat is ook Engels. Je kunt
daar schoenen vers uit de doos kopen of zoiets. Zullen we kopje koffie
nemen?
Ze gaan op een
terrasje zitten. Er wordt stevig gerookt, door de overkapping blijft de
rook hangen. Het heeft wel iets gezelligs, vindt Greet, een beetje net
als thuis. Jammer dat dat binnenkort niet meer mag. Meet bestelt twee
koffie met een topping. Greet kijkt ongerust.
Wat doen ze bij de koffie?
Gewoon, slagroom. Dat vind jij toch lekker?
Een klein uurtje
later lopen Meet
en Greet naar de uitgang van het winkelcentrum. Die is aangegeven met
een groen bordje met een pijl en het woord Exit.
Daar is de uitgang, zegt Meet. Hij knikt tevreden.
Ze hebben
nog
wat kleinigheden gekocht en dragen allebei een aantal tassen. Greet
kijkt naar de grote rode boodschappentas die ze hebben gekocht, CITY BAG staat erop.
O Meet," zucht ze, ik voel me toch zon
wereldburger!
Dirk
Heuvelland
27-6-2008
--------------------------
Taalkolom
5
Koude rillingen
Sinds enige tijd kan je in
onze regio in de bus reizen met een ov-chipkaart
(spreek uit: tsjipkaart. Daarvoor moet je bij het
in- en uitstappen een kunststof pasje langs een kaartlezer bij de
deuren van de bus bewegen. Op het leesapparaat staat: IN/UIT-CHECKEN.
En slaperig moment heb ik even
gedacht dat bedoeld was: in/uit, gekken, waarbij
men had geprobeerd dat laatste woord heel chique te spellen. Maar
direct drong tot me door dat het natuurlijk Engels was (hoe kan het ook
anders in ons taalgebied?) en dat er was bedoeld: AAN/AFMELDEN. Het zou ook wel een heel onbeleefde
tekst tegenover de klanten zijn geweest. Tot mijn genoegen zag ik dat
er achter UIT een afbrekingsstreepje stond, op
zichzelf een bijzonderheid in de openbare ruimte.
Goed, wellicht een handig ding,
zon ov-kaart. In veel bussen hangt voorin een scherm waarop
de eerstkomende haltes en verwachte aankomsttijden zijn vermeld. Een
vriendelijke juffrouw in blik kondigt steeds de volgende aan halte aan.
Aardig allemaal, draagt bij
tot een beter openbaar vervoer. Maar waar
ik steeds koude rillingen van krijg zijn de goed bedoelde waarschuwing
van de elektronische stem:. Regelmatig klinkt het: Reist u
met een ov-chipkaart? Vergeet dan niet uit te checken!
Ik heb een oude Indische dame
gekend, die gebruikte de woorden tsjek-tsjek als klanknabootsing voor drijfnat: een doorweekte dweil op de vloer van
een overlopende douche, ingelopen plassen water, noemde zij helemaal tsjek-tsjek:
het geluid als je er overheen liep. Tsjek-tsjek
voor mij onverbrekelijk met drijfnatte dweilen verbonden.
Soms word ik er nerveus van: Vergeet u dan niet
uit te checken! Tsjek-tsjek
Alsof ik op een doorweekte dweil sta. Ik moet die reactie onderdrukken.
Anders loop ik meteen de hele dag tsjek-tsjek in
gedachten na te bauwen. En dan heb ik geen tijd meer voor zinnige
gedachten, want Nederlanders lopen de hele dag het nodige in-, na-,
uit- of gewoon alleen maar te tsjekken.
Knt het Nederlands
dan wel een geschikte term voor het
gebruik van die kaart? Natuurlijk! Eenvoudig en al eeuwenoud: aanmelden en afmelden. Maar
dat is gewonemensentaalgebruik, daarmee kan je niet laten zien hoe hightech je bezig
bent. Of wellicht is de kaartlezer in een Engelstalig land ontworpen
en/of geproduceerd, en was de vervoersmaatschappij te beroerd om een
Nederlandse term te bedenken. Of nog erger: kwam zij niet eens op het
idee. In elk geval draagt zo het openbaar vervoer het zijne bij aan de
sloop van het Nederlands.
Die dweil geeft overigens wel
een aardig beeld van de wijze waarop wij
met onze cultuur, onze taal in het bijzonder omgaan: als met een natte
dweil. Je zou ook kunnen zeggen: hij staat symbool voor de Nederlandse
culturele zelfverachting.
Maar we kunnen natuurlijk ook
afspreken om het voortaan gewoon over aan- en afmelden te hebben.
En laten we dan tegelijk ook
over ov-kaarten gaan
praten. Andere dan de huidige ov-chipkaarten zijn
er niet, niet geweest ook de afgelopen decennia. Dan kunnen we tsjippen weer aan de vogeltjes overlaten.
Dirk Heuvelland,
11-11-2009
--------------------------
Dick
van Zijderveld,
2008, 2009