In »Late lente« vertelt auteur Dick van Zijderveld op
sublieme wijze over
een keerpunt in het leven van vijf verschillende hoofdpersonen, in
evenveel verschillende verhalen. De
gevoelens, emoties en denkwijzen van deze personen worden op een
bijzonder herkenbare en realistische manier geschetst en weten bij de
lezer een gevoel van sympathie en medeleven op te wekken.
De
hoofdstukken zijn doorgaans vrij kort en zijn vlot geschreven, wat erg
lekker leest. »Late lente« is een boek, dat
pakt
vanaf de eerste
pagina. Steeds vraagt de lezer zich af wat er zal gaan gebeuren, hoe de
verhalen zich zullen gaan ontwikkelen. Door verrassende wendingen en
bijzondere situaties weet Dick van Zijderveld de interesse goed vast te
houden en wordt de lezer aangemoedigd om snel verder te lezen.
Op
de achterflap wordt de vraag gesteld of de zichtbare dagelijkse
realiteit de enige werkelijkheid vormt. In het boek wordt de alledaagse
realiteit behoorlijk in twijfel getrokken. Wat is echt en wat is een
illusie? Gebeurtenissen lijken zich toevallig voor te doen, maar is dat
daadwerkelijk zo of bepaalt het lot de levens van de hoofdpersonen?
Titel:
Late lente, verhalen Auteur:
Dick van Zijderveld ISBN:
978 – 90 – 484 – 0611 – 1 Uitgever:
Free Musketeers Prijs:
€ 17,95
Nationale
Boekenblog:
De fantasie van de
Vlaamse literatuur De »on-Nederlandse«
verhalenbundel van Dick van
Zijderveld
Thierry
Deleu heeft een recensie geschreven over »Late Lente«, zo uitgebreid,
dat die beschouwd kan worden als een essay over het korte verhaal.
Thierry
Deleu geniet bekendheid als hoofdredacteur van het tijdschrift ’Boulevard’ (1970-1980), als
uitgever
van de reeks
Schaap Boeken (in
hoofdzaak poëzie) en als samensteller van enkele [...] Lees
verder
Late
lente
van Dick van Zijderveld is een bundel van vijf verhalen over personen
die zich op een keerpunt in hun leven bevinden. Ieder reageert op zijn
eigen manier op schijnbaar toevallige omstandigheden. Soms lijken
gebeurtenissen niet goed te rijmen met het alledaagse gezond verstand,
maar toch krijgen ze een plaats in het leven van de hoofdpersonen. Is
er een verschil in stijl tussen Vlaamse en Nederlandse literatuur?
Volgens mij is er zeker een duidelijk verschil. De Vlaamse literatuur
heeft een extremere fantasie en het magisch realisme komt sterker naar
voren dan in literatuur uit Nederland. Is de Vlaamse stijl hierdoor
moeilijker te begrijpen voor de Nederlandse lezer? Ik denk het niet.
Kenmerken van de literatuur uit Nederland zijn het filosofische en
navelstarende, die de Vlaamse lezer tegen de borst stuiten. Van Zijderveld is de meest Vlaamse
onder de Nederlandse auteurs. Ik
word ziek van de »eeuwenoude« mening dat het echte
literaire leven
slechts boven de Moerdijk begint. Vlaamse auteurs die in Vlaanderen
werden uitgegeven, kregen weinig aandacht en daardoor boekten zij een
bescheiden succes, tot ze door een Nederlandse uitgever werden »ontdekt«. Daarna steeg hun bekendheid. Daarnaast
blijkt ook dat boeken uit Vlaanderen (die idioom bevatten dat in
Nederland weinig bekend is) in Nederland moeilijk aan de man te brengen
zijn. Hiervan getuigt een anekdote over de Vlaamse uitgever
Angèle Manteau. Zij liep een Amsterdamse boekhandel binnen en
zag op de toonbank hoge stapels van Elsschots Verzamelde werken
liggen. Op haar opmerking dat „Vlaamse auteurs anders toch
wel goed
schijnen te verkopen”, was de onmiddellijke reactie van de
boekenverkoper: „Ja, maar mevrouw, die schrijven
Nederlands.” Dit terzijde! Het
verhaal is een merkwaardig en rijk genre. De beste verhalen laten de
lezer in een lichte staat van verwondering en verwarring achter. Ze
reiken sleutels tot interpretatie aan, maar het vraagt inspanning die
te doorgronden. Deze inspanningsverplichting leidt tot inzicht. De meer
oppervlakkige lezer kan ook gewoon genieten van het vervreemdende
effect ervan. Verhalen zijn miniromans die, mits goed uitgewerkt, op
zijn minst (vaak meer) kracht bezitten dan een vuistdikke roman. Een
goed verhaal staat vol met miniromans: relaties tussen mensen staan
centraal, scheefgegroeide verhoudingen die liefdevol hadden kunnen
zijn, gesprekken tussen mensen die stroef verlopen of op verwijtende
toon, jaloezie speelt of angst, de beschrijving van gevoelens,
gedachten en mijmeringen. Net zo abrupt als het verhaal begon, eindigt
het, de lezer achterlatend met slechts een vermoeden van oorzaak,
gevolg en betekenis. Dit
zijn essentialia die ook in de roman vaak het verhaal beheersen. En
deze zijn ruim aanwezig in de verhalen van Dick van Zijderveld. Laatst
hoorde ik van iemand dat het verhaal het enige literaire genre is dat
zal overleven. Misschien. Zeker is dat je een verhaal kunt laten
uitdijen tot een roman. Indien je de grote lijn maar vasthoudt, door
middel van tempo, ritme, muziek, cadens. Je kunt geen brood bakken
zonder een vorm. Het verhaal is het zout in de pap, het enige literaire
genre dat overleeft. Wat
willen de mensen horen? Iedereen kent het verhaal van Romeo en Julia en
toch gaan ze naar het theater of naar de film. Vroeger hield de film op
als het spannend werd. Wordt vervolgd. Meteen kwam je terug. Denk aan
de Bijbel: hij staat stampvol spannende verhalen over seks en overspel.
Vertel het de mensen duizendmaal, toch willen ze het altijd weer horen.
In
de vijf verhalen van Dick van Zijderveld blijven vragen onbeantwoord,
handelingen worden niet altijd verklaard. Deze raadselachtigheid wekt
geen irritatie, maar fascineert. De auteur kiest bewust voor de
verteltechniek die bij een bepaald verhaal of personage past. In
ieder verhaal kijk je als het ware door een sleutelgat: je krijgt een
kleine, zorgvuldig begrensde inkijk in de situatie. De rest is gevoel,
interpretatie. Van Zijderveld heeft een feilloos gevoel voor dosering,
voor het opbouwen van tempo. De spanning in het verhaal doet je snakken
naar een uitbarsting. Elk verhaal blijft boeiend. Van Zijderveld is een
meester in het genre. Je
merkt dat Van Zijderveld vertrouwd is in wat hij moet doen als
schrijver. Zijn geest converseert met zichzelf. Zijn
verhalen hebben een overlevingskans. Hij gelooft erin. Verlegen, bedeesd, spiritueel, het
zijn woorden die op Dick van Zijderveld van toepassing zijn. Late lente
is zijn debuut. Verhalen over mannen die op een keerpunt in hun leven
staan en met de vraag worden geconfronteerd: ’Is dit lot of
toeval?’ Het
is een opmerkelijke bundel, want wie kon verwachten van een socioloog
en wetenschappelijk onderzoeker dat hij geïntrigeerd is door
datgene wat de wetenschap niet kan »meten en
tellen«. De
hang naar het spirituele komt in bijna al zijn verhalen terug. De
werkelijkheid is meer dan die waar je dagelijks tegenaan loopt. Of niet
soms? De
schrijver heeft op een keerpunt in zijn leven gestaan. Rond 2001
besloot hij echt te gaan schrijven. Hij schoolde zich om. Hij werd
schrijver en bovendien hoofdredacteur van het tijdschrift OpSpraak,
uitgegeven door Stichting Beeldspraak in Nieuwegein. Opvallend
in het boek – maar niet verwonderlijk – is dat
bijna alle personages
een wetenschappelijke achtergrond hebben en zich als keurige,
voorkomende heren gedragen. Van de vijf verhalen in Late lente heeft
»Treurtniet en Vogelsang« mij het meest gepakt. De
boekhouder op een
saai kantoor, waar hij voor zijn collega’s het mikpunt van spot is, die
inspiratie zoekt op Kreta. Hij verheugt zich op de komst van zijn
vriendin, Ellen. Treurtniet krijgt
de kans om afdelingshoofd te worden en gaat voor een vergadering naar
het Griekse eiland. Het bedrijf blijkt betrokken te zijn bij
malversaties en Treurtniet vraagt zich af of hij carrière wil
maken binnen de onderneming of echt de stap wil wagen om schrijver te
worden. Vogelsang beseft dat hij de hoofdpersoon van zijn roman heeft
gevonden. De
verhalen Elise Een
jonge onderzoeker beleeft een stormachtige liefdesnacht met de
lieftallige Elise. Daarna verdwijnt zij spoorloos. Jaren later, na een
snelle wetenschappelijke carrière, meent hij haar weer te
ontmoeten. Treurtniet
en Vogelsang (lees ook hierboven) Twee
mannen hebben in hun leven geheel andere keuzes gemaakt in soortgelijke
situaties. De één droomt ervan kunstenaar te worden,
de
ander is echt kunstenaar geworden. Beiden komen onverwacht voor
wezenlijke beslissingen te staan. Twee
verhalen over twee mensen, twee mogelijke levenslopen van dezelfde
persoon. Of schrijft de één het verhaal van de ander?
Late
lente (fragment) Die
dag bedacht Willem Biggelaer – Wimpie voor de enkele intimi
die hij had
– dat hij tien jaar alleen woonde. Nog geen maand nadat hun
jongste
dochter het huis was uitgegaan, had zijn echtgenote aangekondigd dat
zij wilde scheiden. Hij was even geschrokken, maar had snel ingestemd
en alle gewenste medewerking verleend. Eigenlijk voelde hij zich
opgelucht dat de nogal bemoeizuchtige vrouw met wie hij alleen nog de
belangstelling voor hun kinderen deelde, zou vertrekken. Zij waren jong
getrouwd, dus ze hadden beiden nog genoeg mogelijkheden. Toch had hij,
in tegenstelling tot zijn ex-vrouw, geen nieuwe relatie meer gevonden. Hij
schonk zich een nieuw glas bourgogne in. Wat had hij sindsdien
eigenlijk bereikt? Hij woonde in een behoorlijk huis, een monument in
het centrum van Oudenhaven, een klein rivierstadje. Met de
tegenwoordige prijzen zou dat in geval van nood aardig wat kunnen
opbrengen. Hij staarde door het hoge raam naar de voortjagende wolken,
die de zomernamiddag schemerig als een late herfstmiddag maakten. En
verder? Hij bekeek zichzelf in gedachten: een onopvallende gescheiden
man van middelbare leeftijd met een beginnend buikje en een weinig
indrukwekkende carrière. Hij had het dan wel gebracht tot
hoofd
public relations bij een bedrijf dat door het hele land hondentoiletten
inrichtte, exploiteerde en onderhield, inhoudelijk waren zijn
werkzaamheden toch nauwelijks bevredigend te noemen. Bovendien had hij een hekel aan honden. Nu ja, het leverde een
aardig inkomen op en hij hield genoeg vrije tijd over voor andere
dingen. Niet dat hij zoveel deed: hij hield wat kranten bij, soms
verdiepte hij zich in de geschiedenis van Oudenhaven. Vandaag
was zijn zomervakantie begonnen. Hij had nog geen idee hoe hij die zou
besteden. Natuurlijk zou hij zijn plan weer kunnen oppakken om de
geschiedenis van Oudenhaven in de zestiende eeuw te beschrijven.
Daarmee was hij nooit verder gekomen dan het verzamelen van materiaal
en enkele losse aantekeningen. Hij zou ook op vakantie kunnen gaan; dat
had hij al jaren niet meer gedaan. Sinds zijn scheiding had hij niet de
energie kunnen opbrengen om een reis te organiseren. Zijn gedachten
dwaalden terug naar vroegere vakanties met zijn echtgenote,
daarvóór de zwerftochten als student. Hij zou dat nu
niet
meer aandurven. Hij
stond op en liep naar het raam. Er leek een forse regenbui op komst.
Deze vakantie moest hij zijn lamlendigheid nu maar eens doorbreken.
[Of: ” (…)”] Al maanden lag er een aantal
antieke boeken onaangeroerd
in de boekenkast. Vandaag nog zou hij een opzet gaan maken voor zijn
studie en zou hij beginnen met de bestudering van de nieuwe aanwinsten.
Zijn
gedachten werden onderbroken door het haperende geluid van de bel. Wat
geïrriteerd liep hij naar de voordeur. Een collecte, voor een
organisatie tegen huiselijk geweld of zoiets. Een
jonge onderzoeker beleeft een stormachtige liefdesnacht met de
lieftallige Elise. Daarna verdwijnt zij spoorloos. Jaren later, na een
snelle wetenschappelijke carrière, meent hij haar weer te
ontmoeten. Verstoring Pieter
komt op een herfstwandeling een merkwaardig gebouw tegen. Hij ontmoet
er de mooie Roxanne, met wie hij een afspraakje maakt. Genoegdoening Een
leraar klassieke talen wordt met pensioen gestuurd. ’s Avonds thuis
droomt hij ervan dat hij uit wraak de auto van zijn rector vernielt. De
auto blijkt de volgende dag inderdaad beschadigd. Ieder
mens is een verhalenverteller. Hij leeft omringd door zijn eigen
verhalen en de verhalen van anderen. Hij ziet alles wat hij meemaakt in
het licht van deze verhalen. Hij probeert zijn leven te leven alsof hij
het vertelde. Met woorden kun je je aan het nu onttrekken. Woorden zijn
gevaarlijk, omdat ieder mens er zijn betekenis kan aan geven. Schrijven
is onzeker zijn. Het is het beroep van elke verhalenverteller onzeker
te zijn en zijn onzekerheid te verraden. Hij zoekt, met een rusteloos
verlangen naar een lang verlangde rust. Mensen
zijn kletskousen. Zet twee mensen bij elkaar en vroeg of laat ontstaat
een gesprek, ook als ze elkaar eigenlijk niets te vertellen hebben.
Maar vertellen moeten ze. En als er niets de moeite van het vertellen
waard is, dan maken ze het de moeite waard. Al zo lang als we terug
kunnen kijken, vertellen mensen elkaar verhalen. En sommige verhalen
worden doorverteld, van mens tot mens, van generatie tot generatie.
Totdat ze op schrift worden vastgelegd. Voor
een goed verhaal is het feitelijk niet van belang of het echt is
gebeurd. Realiteitswaarde is hooguit een interessant toegevoegd
attribuut. Waar het om gaat is of mensen er zich mee kunnen
vereenzelvigen. Of ze zichzelf in het verhaal kunnen verplaatsen, als
acteur of potentieel verteller. Of het verhaal iets vertelt dat hen
aangaat, dat het hen een blik biedt op een andere wereld of dat het hen
duidelijk maakt dat hun wereld zo gek nog niet is. Er moet iets aan dat
verhaal te beleven zijn. Het moet inspiratie bieden, troost, hoop of
motivatie. Je moet het tot je eigen verhaal kunnen maken. Dick van Zijderveld slaagt hierin
meesterlijk. Daarmee
is niet gezegd dat er geen kloof zou bestaan tussen iemands verhalen en
iemands leven. Mensen hebben er geen problemen mee om in twee werelden
te leven. Wat
maakt nou een verhaal tot een goed verhaal? Zijn daar objectieve
criteria voor? Ja, die zijn er, en ze zijn heel simpel: een verhaal is
een goed verhaal als het wordt naverteld. Het is een kwestie van
selectie, net zoals in de evolutie. Verhalen moeten onderling
concurreren. En in die concurrentiestrijd komen sommige verhalen
bovendrijven en andere leggen het loodje. De verhalen die overleven
zijn de beste verhalen. Van
Zijderveld selecteerde vijf sterke verhalen. Kenmerkend voor zijn
verhalen is de relatie tussen verteller (de auteur) en de
luisteraar/lezer. Hij weet als geen ander de spanning ten top te
voeren: pakkende openingszinnen (hij geeft enerzijds duidelijkheid,
anderzijds roept hij vragen op), een duidelijk antwoord op
wie, wat, waar (sommige schrijvers denken dat
je lezers juist »in spanning« moet laten over waar
een verhaal zich
afspeelt en wat er nu eigenlijk gebeurt; dit is een misvatting: vaag
doen heeft niets met spanning te maken; het is gekunsteld, een trucje,
het is irritant; bovendien heb je er in een kort verhaal de tijd niet
voor), hij komt snel tot de »point of attack« (een »point of attack«
maakt duidelijk dat dit niet een gewone dag uit het leven van de
hoofdpersoon is) en de »point of no return«
(vandaag lijkt niet alleen
een andere dag, vandaag gaat definitief een andere dag worden), zijn
personages hebben een missie, een doel, hij is selectief met details,
het zijn menselijke verhalen en meerstemmig (een mens heeft meerdere
kanten; personages waarvan slechts één kant naar
voren
komt, zijn meestal niet interessant; het zijn »flat
characters«). Over al deze eigenschappen beschikt
Dick van Zijderveld. Hij verdient aandacht, waardering en
toekomstperspectief! Thierry Deleu, Vlaams schrijver, dichter, essayist (De
geletterde mens & The Razor), voorzitter van »De 50 Meester-dichters van de Lage Landen bij de
zee«. Liefde en dood op
Sint-André op komst.
12-1-2010 Dick van Zijderveld, Late lente,
Uitgeverij Free Musketeers, 203 p., ISBN: 978-00-484-0611-1. Prijs: 17,95 euro (exclusief
verzendkosten). www.freemusketeers.nl